De familie Aerthijs en de oprichting van de parochie Ospel in 1864

De familie Aerthijs en de oprichting van de parochie Ospel in 1864

De familie Aerthijs en de oprichting van de parochie Ospel in 1864.

W.H.G. (Henk) Hermans, Ospel

Omstreeks 1850 was er nog geen sprake van een dorp Ospel. Ten oosten van de kern Nederweert lagen talrijke gehuchten waarvan Ospel er een was. De meest oostelijk gelegen gehuchten vormden in 1864 de parochie O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen waarvan de kerk in het gehucht Ospel werd gebouwd. Dit gehucht lag het meest centraal aan de doorgaande weg van Nederweert naar Meijel. Op kaarten bestaat dan de parochie Ospel uit de gehuchten: Ospel, Kreijel, Waatskamp, Klaasstraat en Horik. Binnen de parochie Ospel kende men daarnaast ook nog de gehuchten Nieuwstraat, Meyelse Dijk en de Klootspeel.

Totaal ging het om 872 zielen met 164 huizen. [1]
Aerthijsplein.In Ospel is het plein in het centrum genoemd naar de familie Aerthijs, het Aerthijsplein. Waar nu het plein is, lag vroeger de boerderij “Bi-j Haaze” waarop lange tijd de familie Aerthijs woonde. Deze familie heeft veel betekend voor de oprichting van de parochie Ospel in 1864. Veel meer dan dit weten de meeste bewoners van Ospel niet over de familie. Overigens komt de familienaam Aerthijs niet meer voor. Waar is de familie gebleven en wat heeft ze gedaan voor de oprichting van de parochie? Ook is uit overlevering bekend dat ze zeer welgesteld was. In 1881 had deze familie een vermogen van 200.000 gulden hetgeen voor die tijd zeer veel was. Waar heeft ze dit vermogen mee verdiend? Dit artikel probeert op deze drie vragen een antwoord te geven.

De naam Aerthijs

De naam Aerthijs is ontstaan in de periode 1700-1800. De (voor)naam Thijs kwam in Nederweert en omgeving veel voor evenals de (voor)naam Aert. Dus Aert van Thijs werd opgeschreven als Aert (van) Thijs en als deze weer een zoon had, bijvoorbeeld Joannes, dan werd dit Joannes (van) Aert (van) Thijs. Als men dit snel uitsprak dan lag het voor de hand dat een pastoor Aerthijs verstond en dit ook opschreef in zijn registers.

Ergens omstreeks 1670 werd er in Nederweert een Arnoldus Tijs geboren. Zijn roepnaam werd Aert of Aret Tijs. Deze Aert Thijs huwde in 1694 met Heijl Vaes[2]. Zij kregen twee zonen en een dochter. De ene zoon noemden ze Henricus, dus Henricus Aeret Tijs en de andere kreeg bij de doop de naam Joannes Thijs. In de doopakte van Henricus werd als vader vermeld Arnoldus Thijs. Deze Henricus kreeg vervolgens weer een zoon Joannes of Jan van Aert van Thijs. Hierbij werd eerst de laatste naam (Thijs) als achternaam gebruikt en later werden de twee laatste namen Aert en Thijs samengevoegd tot Aerthijs.

In 1739 bij de doop van Joannes Thijs, zoon van Henricus Aert Thijs had de pastoor de eerste aanzet gemaakt voor de naam Aerthijs. Hij maakte er Joannes Aeret Thijs van. De voornaam Aert kwam in Zuid-Nederland en België veel voor.

Op deze wijze is rond 1750 in Nederweert de achternaam Aerthijs ontstaan als zijtak van de familie Thijs of Tijs, met al zijn verschillende schrijfwijzen of spellingsvarianten. Bij de invoering van de burgerlijke stand in 1796 is de schrijfwijze Aerthijs vast komen liggen. Overigens zijn er desondanks in de kerkelijke boeken en burgerlijke stand toch nog 15 verschillende schrijfwijzen of spellingsvarianten geweest: Aerthijs, Arttis, Aertijs, Artijs, Aerties, Aertheijs, Aertthijs, Aerthuijs, Aert Thijs, Aert Tijs, Aeret Thijs, Aeret Tijs, Aerdthys, Aarthijs.Aert:Thijs.

De combinatie Aert gekoppeld aan een andere (achter)naam is meer voorgekomen, vooral in België en Zuid-Nederland. Opmerkelijk is dat deze combinatie van de naam Aert en een andere (achter)naam vrijwel geheel verdwenen is. Zo ook de naam Aerthijs. De tak omvatte 22 personen. De laatste ‘mannelijke’ Aerthijs is overleden in 1885 en de laatste ‘vrouwelijke’ Aerthijs in 1915. Nergens ter wereld komt de naam Aerthijs nog voor.[3]

In 1903 zijn we de naam Aerthijs nog tegengekomen in Geldrop waar pastoor T. Aerthijs zijn gouden jubileum vierde als priester.[4] Uit onderzoek is gebleken dat het gaat om de naam Aertnijs en deze familie is afkomstig uit Tessenderlo België en heeft later in Eindhoven gewoond. Waarschijnlijk had ook hier de verslaggever de naam verkeerd verstaan. In de Schepenbank van Nederweert komen we een akte tegen uit 1683 mbt eigendom van grond waarin Catharina Aertuijs wordt genoemd als proketaresse van het klooster Keijserbosch te Neer. De naam Aertuijs kwam in Noord Limburg meer voor en waarschijnlijk een verschrijving van de naam Aert en Huijs, een achternaam die in Noord Limburg veel voorkomt.

Familie Aerthijs, Ospel en Nederweert

In 1737 huwde Henricus Aert Thijs met Petronella Gijsen. Zij kregen een zoon Joannes, welke in 1806 als overleden vermeld werd onder de naam Aerthijs. Joannes had drie zonen, te weten: (1) Hendrik, geboren als Thijs in 1768 en overleden als Thijs in 1828, (2) Petrus geboren in 1769 als Thijs en overleden als Aerthijs in 1841 en tenslotte (3) Mathijs geboren als Thijs in 1771 en overleden in 1829 als Aerthijs.

De familie Aerthijs, die een belangrijke rol heeft gespeeld bij de oprichting van de parochie Ospel, zijn de kinderen van Mathijs Aerthijs, gehuwd met Joanna Jansse afkomstig van de Neerkant in de Brabantse gemeente Deurne, welke op Ospel woonde op de boerderij “Bi-j Haaze”. De kinderen van Mathijs waren Hendrik (1804-1878), Joannes (Jan 1806-1885), Dina (1808-1878) en Petronella (1811-1881). De oudste drie waren vrijgezel en hebben tot hun overlijden samen op Ospel gewoond. De jongste, Petronella was al op jonge leeftijd vertrokken naar de oom en tantes van moederszijde, Janssen op de Neerkant. Daar heeft zij haar man Willem Venmans uit Meijel leren kennen waarmee ze in 1842 is gehuwd. Met name de drie vrijgezellen, de “kinderen”[5] Aerthijs op Ospel hebben een belangrijke bijdrage aan de oprichting van de parochie geleverd. Het vermogen van de familie was gezamenlijk bezit (onverdeelde boedel) en dus mag Petronella ook meegerekend worden[6].

 Genealogie Aerthijs

  1. Aert (Aret, Arnoldus) Tijs, geb. ca. 1669 (geschat), overl. Boeket, begr. Nederweert2 april 1700; tr. Nederweert21 febr. 1694 {get. Dirck Vaes, Thijs Steuten} Heijl(Helena) Vaes alias Joosten, geb. ca. 1669 (geschat), overl. na 29 maart 1739.

Op 2 april 1700 werd begraven Aret Thijs uit het Boeket (Nederweert). Waarschijnlijk was het deze Thijs omdat er maar één Aret Thijs was en verder na 1700 geen kinderen meer geboren werden uit het huwelijk. Bij zijn huwelijk werd de naam geschreven als Aert Thijs. Bij de geboorte van dochter Maria was het Arnoldus Tijs.

Uit dit huwelijk:

  1. Henricus Tijs, ged. Nederweert 10 juli 1695 {peetouders: Petrus Sasen alias Eeckers, Catharina Huijben}, volgt II.
  2. Joannes Thijs, ged. Nederweert 29 maart 1697 {peetouders: Cornelius Brangers, Helena Thijs}.
  3. Maria Thijs, ged. Nederweert26 maart 1699 {peetouders: Joannes Maes, Anna Petri Joosten}.

II. Henricus Tijs, ged. Nederweert 10 juli 1695; tr. Nederweert 30 april 1737 met dispensatie in de roepen {get: Joannes Gijsen, Elisabetha Gijsen}met Petronella Ghijsen, ged. Nederweert 4 sept. 1698, begr. Nederweert 22 dec. 1741, dochter van Jacobus Ghijsenen Catharina Jegers.

Op 4 oktober 1736 was er een rechtszaak te Roermond over 100 gulden die Maria Vaes (familie??) verschuldigd was aan Hendrick Thijs. Maria diende 100 gulden terug te betalen aan Jan de broer van Hendrick. Opgemaakt te Roermond 5 december 1736.

Op 26 maart 1751 verschenen Johanna Bloemers weduwe van Jacob Thonis zaliger geassisteerd door Maes Coppen en Jacob Reijners als voogden [zijzelf was als vrouw rechtsonbekwaam] als 1e comparant en Hendrick Aert Thijs als voogd voor zijn minderjarige zoon Johannes verwekt bij Peternelle Ghijsen zaliger als tweede comparant. Aert Thijs verkocht in volle eigendom aan Bloemers de helft van een erf gelegen in het Boeket. Bloemers betaalde hier voor aan Aert Thijs de somme van 400 gulden. Bij achterstallige betaling betaalde Bloemers een rente inclusief hieruit voortkomende lasten. Bloemers beloofde Aert Thijs twee winters gratis kost en inwoning te geven. Aert Thijs zou ook gedurende de rest van zijn leven vrije in- en uitgang hebben en gratis vuur en licht genieten. Hendrik Aert Thijs verklaarde niet te kunnen schrijven.

Op 5 mei 1769 verschenen Joannes Smeets en zijn huisvrouw Aldegondis Prinsen voor de schepenen van Nederweert om een jaarlijkse rente te verkopen/gunnen aan Hendrick Aertthijs ter grootte van 10 gulden [= 2,5%] over een kapitaal van 400 gulden. Deze rente moest voor de eerste maal betaald worden op 5 mei 1770. Smeets veropignoreert  hiervoor een huis en ca. 2 boender land gelegen in Kreijel. Buren zijn de erfgenamen van Peter Hoeben en Hendrick Crijelmans.

[In moderne taal; Aertthijs leende aan Smeets 400 gulden die hierover jaarlijks 2,5% rente moest betalen zijnde 10 gulden. Smeets stelde een huis met grond als onderpand.]

Op 5 juli 1787 verklaarde Jan Aertthijs voor de president-schepen het kapitaal van 400 gulden inclusief alle rente ontvangen te hebben van Aldegondis Prinsen weduwe van Jan Smeets.[7]

Uit dit huwelijk:

  1. Joannes Aeret Tijs, ged. Nederweert 29 maart 1739 {peetouders: Godefridus Gijsen, Johanna Bloemers namens Helena Vaes}, volgt III.

III. Joannes (Jan) Aeret Tijs, ged. Nederweert 29 maart 1739, landbouwer, overl. Ospel gem. Nederweert 17 aug. 1806; tr. Nederweert 25 nov. 1766 {get. Petrus Verborgh, Anna Ghijsen} Digna Verborgh, ged. Nederweert 5 dec. 1737, landbouwster, overl. Ospel gem. Nederweert 15 april 1808, dochter van Henricus Verborgh en Maria Simons.

Boerderij Bi-j Haaze op Ospel Ferrariskaart 1775

Bij de inventarisatie van de bevolking van de gemeente Nederweert in 1796 woonden Jan in het Heersel (nr. 2252, dit is de boerderij “Bi-j Haaze op Ospel)) als Jean Aerthijs, oud 60 jaar, landbouwer en Dina Verborgh, oud 59 jaar zijn vrouw, met zijn zoons Pierre oud 28 jaar en Mathieu oud 26 jaar en een dienstmeid en twee knechten. Bij het overlijden van Dina Verborgh werd in het kerkregister als partner vermeld: Joannes Aert Thijs van Ospel, terwijl in de burgerlijke stand staat: epouse [sic] de Jean Aerthijs.

Uit dit huwelijk:

  1. Henricus Thijs, ged. Nederweert 16 jan. 1768 {peetouders: Henricus Thijs, Maria Simons}, volgt IV-1.
  2. Petrus Aert Thijs, ged. Nederweert 1 juni 1769 {peetouders: Petrus Verborgh, Anna Ghijsen}, volgt IV-2.
  3. Mathias Thijs, geb. Ospel 11, ged. Nederweert 11 febr. 1771 {peetouders: Michael Caris, Elizabetha Verborgh}, volgt IV-3.
  4. Joannes Aert Thijs, geb. Ospel 18, ged. Nederweert 18 maart 1773 {peetouders: Petrus Verborgh namens Henricus Verborgh, Anna van de Manneker}, begr. aldaar 7 mei 1773.

IV-1. Henricus (Hendrik) Thijs, ged. Nederweert 16 jan. 1768, landbouwer, overl. Rosveld gem. Nederweert 9 juli 1828; tr. Nederweert 23 juli 1793 met dispensatie van de derde roep {get. Petrus Aert-Thijs, Joanna Maria Horickx, beiden van Nederweert} Helene Horicks, ged. Nederweert 12 jan. 1760, overl. Rosveld gem. Nederweert 29 nov. 1835, dochter van Francis Horicks en Geertrudis Stienen. Bij het huwelijk werd de naam geschreven als Aert-Thijs, in het bevolkingsregister van de gemeente Nederweert als Aertheijs en Aerthijs. Hij tekende zelf in 1801 met Hendrikus Aertys.

Uit dit huwelijk:

  1. Henricus Aertijs, geb. en ged. Nederweert 12 maart 1795 {peetouders: Franciscus Horix, Digna Verborg}, overl. Rosveld gem. Nederweert 18 brumaire X (9 nov. 1801).
  2. Joannes Aerthijs, geb. Rosveld) 16, ged. Nederweert 16 okt. 1797 {peetouders: N.N.}, overl. Rosveld gem. Nederweert 1 brumaire X (23 okt. 1801).
  3. Jeanne Gertrude Aerthijs , geb. Rosveld gem. Nederweert 23 messidor IX (12 juli 1801), overl. aldaar 26 jan. 1806.

IV-2. Petrus (Pierre, Peter) Aert Thijs, ged. Nederweert 1 juni 1769, landbouwer 1799, landbouwersknecht te Ospel 1833-1834, dagloner 1841, overl. Ospel gem. Nederweert 15 juli 1841 als Peter Aertthys; tr. Nederweert 22 nov. 1796 {get.: Aldegonda Alofs, Mathaeus Aert-Thijs} Hendrina Alofs, ged. Nederweert 13 okt. 1767, overl. Nederweert 14 juli 1806, dochter van Joannes Alofs en Maria Hoeben.

Uit dit huwelijk:

  1. Henrij Aert-Thijs, geb. Nederweert (Smisserstraat) 26 prairial VII (14 juni 1799), landbouwersknecht, landbouwer op Rosveld, overl. Rosveld gem. Nederweert 12 aug. 1869; tr. Weert 5 april 1839 Joanne Catharine Geradts, geb. Heythuysen 24 fructidor IX (11 sept. 1801), landbouwster, overl. Laar gem. Weert 3 juli 1874, dochter van Petrus Geradtsen Anna Margaretha Houben.
  2. Jean Aertheijs, geb. Nederweert 6 germinal X (27 maart 1802) [vader tekende met Peter Aertheys], volgt V-1.

IV-3. Mathias Thijs (Aerthijs), ged. Nederweert 11 febr. 1771, landbouwer, overl. Ospel gem. Nederweert 1 sept. 1829 als Matthijs Aerthijs, tr. Deurne (kerkelijk) 8 okt. 1797 {get.: Henricus Aerdthijs, Maria Petri Janssen} als Mathys Aardthys: Joanna Jansse, ged. Deurne 15 jan. 1777, afkomstig van de Neerkant, overl. Ospel gem. Nederweert 3 april 1824, dochter van Petrus Janssen Lambers en Hendrina Claessen.

In de doopakte van Mathias was de naam van zowel dopeling als van de vader Joannes Thijs vermeld. Bij de aangifte van zijn eigen kinderen werd zijn naam Aerthijs. Hij woonde te Ospel en zou er ook geboren zijn. Zijn naam werd door pastoor Deckers geschreven als Mathias Aerthijs. In de lijsten van de bevolking van de gemeente Nederweert van 1815 werd hij vermeld als Mattijs Aerties wonende op Ospel. Hij had onder andere als schieper [= schaapsherder] in dienst: Joannes Aerties (V-1) oud 14 jaar, zoon van zijn oudere broer Petrus Joannes (IV-2). Mathijs Aerthijs kon duidelijk zijn naam schrijven; hij tekende telkens met Mathys Aerthys.

Uit dit huwelijk:

  1. Anne Marie Aerthijs, geb. Ospelgem. Nederweert 20 frimaire VIII (11 dec. 1799), overl. Ospel gem. Nederweert 24 frimaire VIII (15 dec. 1799).
  2. Henry Aerthys, geb. Nederweert 8 messidor X (27 juni 1802), overl. Boeket gem. Nederweert 9 messidor X (28 juni 1802).[8]
  3. Henry (Henricus) Aerthys, geb. Ospel gem. Nederweert 26 germinal XII (16 april 1804), landbouwer 1878, overl. aldaar11 dec. 1878.

Ten tijde van de keuring voor de Militie was zijn beroep knecht. Hij was 1,67 m groot en geschikt bevonden. Om de dienstplicht te ontlopen hadden hij of zijn vader een vervanger (remplaçant) gevonden in de persoon van Casper Lodewijk Dubois, oud 27 jaar, linnenwever uit Maaseik en gehuwd met Helena Kilhath. Dit voor een bedrag van 30 gulden als aanbetaling. Totale kosten beliepen 54,81 gulden bij vertrek en 219,24 gulden na verloop van de diensttijd. Helena kreeg 5% rente over het bedrag.[9]

Op 31 maart 1826 werd een akte van kwijting gemaakt. Caspar Dubois had gediend bij de dertiende afdeling van de nationale Infanterie, thans met onbepaald verlof wonende in Maaseik. Dubois had ontvangen bij tekenen van de akte 24 april 1823 te Roermond 54,81 gulden; daarna op 19 november 1823 te Weert 131,54 gulden en thans 88,69 gulden ter gehele voldoening van een som van 219, 24 gulden.[10] . [11]

  1. Joannes (Jan)Aert:Thijs, geb. en ged. Nederweert12 dec. 1806,[12] overl. aldaar 11 jan. 1885.

Jan werd gekeurd voor de Nationale Militie. Hij was geschikt bevonden maar had een vrijstelling voor een jaar omdat hij een broeder in dienst had met een plaatsvervanger. Zijn signalement was: 1,70 m groot, rond aangezicht, rond voorhoofd, bruine ogen, kleine neus, kleine mond, ronde kin, bruin haar en bruine wenkbrauwen.

  1. DigneAerthijs, geb. Ospel gem. Nederweert14 dec. 1808, landbouwster 1878, overl. aldaar 25 febr. 1878 als Dina Aerthijs.
  2. Petronille Aerthijs, geb. Ospel gem. Nederweert 22 sept. 1811,volgt V-2.
  3. Jeanne Marie Aerthijs, geb. Ospel gem. Nederweert 13 nov. 1815, overl. aldaar15 maart 1819.

V-1.  Jean (Joannes) Aertheijs, geb. Nederweert 6 germinal X (27 maart 1802), landbouwersknecht te Ospel 1833, dagloner te Kreyel 1834, landbouwer te Ospel 1837, dagloner aldaar 1839-1867, overl. Ospel gem. Nederweert 15 nov. 1867; tr. Nederweert 22 mei 1833 Elisabeth van Nieuwenhoven, geb. Nederweert 2 juni 1807, dienstmeid te Ospel 1833, dagloonster 1867, overl. Waatskamp gem. Nederweert 25 jan. 1871, dochter van Joannes van Nieuwenhoven en Maria Elisabetha Verhaeg (Verhaegen), dienstmeid te Kreyel gem. Nederweert 1833.

Bij de keuring was Joannes 1,73 m groot. In 1821 was hij in militaire dienst gegaan voor een periode van 5 jaar. Hij was ingedeeld bij de derde batterij veldartillerie van het korps Rijdende Artillerie. Joannes had lotnummer 30 getrokken en ging op 10 maart 1826 met verlof. Bruid en bruidegom kunnen niet ondertekenen.

Uit dit huwelijk:

  1. Hendrina Aerthys, geb. Kreyel gem. Nederweert 3 mei 1834, dienstmeid 1870, overl. Laar gem. Weert17 sept. 1877; tr. Weert, 21 april 1870: (de bruid kan niet tekenen)Henricus Mathias van Lierop, geb. Laar gem. Weert13 april 1833, landbouwer, overl. aldaar 14 dec. 1879, zoon van Mathias van Lierop en Gertrudis Thijssen, landbouwers. Uit dit huwelijk geen kinderen.
  2. Anna Helena Aerthys, geb. Ospel gem. Nederweert17 jan. 1837, volgt VI-1.
  3. Elisabeth Aerthijs, geb. Ospel gem. Nederweert26 sept. 1839, dienstmeid te Asten 1879, overl. Vught (Huize Voorburg)[13] 23 april 1910 (ingeschreven Asten 30 april 1910); tr. Asten 15 jan. 1879 Martinus Verstappen, geb. Meijel 7 juni 1837, dagloner, landbouwer te Asten 1879, overl. Asten 6 juni 1881, zoon van Jan Verstappen en Maria Roijmans, landbouwers; weduwnaar van Francisca Berkers. Uit dit huwelijk geen kinderen.
  4. Joanna Maria Aerthijs, geb. Ospel gem. Nederweert29 juni 1842, overl. Nederweert (Schansstraat) 7 april 1844.

    Molen “” het oude licht”  te Kessel
  5. Petronella Aerthijs, geb. Ospel gem. Nederweert30 dec. 1846, volgt VI-2.

V-2. Petronille Aerthijs, geb. Ospel gem. Nederweert 22 sept. 1811, overl. Meijel 18 febr. 1881; tr. Meijel 19 april 1842 Guillaume (Willem) Venmans, geb. Meijel 19 juli 1806, landbouwer te Deurne, overl. Deurne gem. Deurne en Liessel 29 juni 1878, zoon van Willem Venmans en Petronella Hendrikx, landbouwers.

In Meijel waren drie molens. De banmolen (standaardmolen) welke lag aan de Molenbaan en in 1800 na een storm omgewaaid. Zij werd opnieuw opgebouwd tussen de Hoek en de Hagelkruisweg. Hiervan was Willem Hendrik Goossens eigenaar. Hij verkocht deze in 1866 aan Willem Venmans.

Verder de in 1857 gebouwde molen In de Haag aan de

huidige Molenhaagweg, waarvan o.a. Willem Venmans eigenaar was. Zowel Venmans als later Jan Truijen hoorde in Meijel tot de groep “Goossens” welke zeer veel macht bezaten. Naast economische macht ook politieke macht. De groep “Goossens” maakte in de gemeenteraad heel lang de dienst uit.

Om deze heersende macht in het dorp te breken bouwde een groep Meijelnaren in 1872 een nieuwe molen, “Het nieuwe licht” genaamd. Later werd deze ook wel de Sanders molen genaamd. De oude molen, “Het oude licht” genaamd, kon de concurrentie niet meer aan en in 1878 verkocht Jan Truijen, erfgenaam van Willen Venmans, deze aan Lodewijk Pennings die  deze molen afbrak en herbouwde in Kessel[14].

De twee “nieuwe molens” in Meijel zijn in 1944 bij het oorlogsgeweld verwoest.

Uit dit huwelijk:

  1. Johanna Maria Venmans, geb. Deurne gem. Deurne en Liessel 7 juli 1843, overl. aldaar 19 sept. 1861.
  2. Wilhelmina Maria Venmans, geb. Deurne gem. Deurne en Liessel18 sept. 1845, overl. Meijel30 jan. 1910; tr. Meijel16 april 1866 Willem Hendrik Goossens, geb. Meijel31 mei 1839, grondeigenaar, molenaar, wethouder, burgemeester van Meijel 1869-1873, overl. Meijel 11 juni 1903, zoon van Johannes Bartholomeus Goossens, eerste schepen van Meijel 1839,en Sophia Houben. Uit dit huwelijk geen kinderen.
  3. Hendricus Wilhelmus Venmans, geb. Deurne gem. Deurne en Liessel17 aug. 1847, overl. aldaar 26 jan. 1848.
  4. Maria HendricaVenmans, geb. Deurne gem. Deurne en Liessel18 dec. 1849, volgt VI-3.

VI-1. Anna Helena Aerthys, geb. Ospel gem. Nederweert 17 jan. 1837, dienstmeid 1867, landbouwster 1909-1915, overl. Nederweert 22 jan. 1915; tr. Nederweert 17 mei 1867 (zij tekende met H Aerthijs) Henricus Jacobs, geb. Leuken gem. Weert 24 nov. 1842, dienstbode te Nederweert 1867, dagloner 1868-1879, landbouwer 1873-1898, overl. Nederweert 3 mei 1898, zoon van Joannes Matheus Jacobs, arbeider, en Aldegonda Hoens.

Uit dit huwelijk:

  1. Johannes Jacobs, geb. Waatskamp gem. Nederweert 17 april 1868, werkman 1893, overl. Nederweert 2 mei 1893.
  2. Joanna Maria Jacobs, geb. Waatskamp gem. Nederweert 27 aug. 1870, overl. aldaar22 jan. 1879.
  3. Levenloos geboren dochter, Waatskamp gem. Nederweert 15 nov. 1872.
  4. Jan Mathijs Jacobs, geb. Nederweert 31 okt. 1873, tweeling met navolgende, landbouwer 1913, overl. Nederweert 24 maart 1960; tr. Nederweert 2 mei 1913 Bartholomea Joosten, geb. Deurne gem. Deurne en Liessel 26 dec. 1883, overl. Nederweert 1 nov. 1942, dochter van Joannes Matheus Joosten en Joanna Maria Nijssen, landbouwers. Uit dit huwelijk kinderen.
  5. Levenloos geboren dochter, Waatskamp gem. Nederweert 31 okt. 1873, tweeling met voorgaande.
  6. Antonius Jacobs, geb. Nederweert17 aug. 1876, arbeider 1909, overl. Nederweert 17 juli 1957; tr. Nederweert16 april 1909Anna Geertrudis Puijnen, geb. Nederweert 9 dec.1878, dienstmeid 1909, overl. Ospel gem. Nederweert 19 maart 1966, dochter van Godefridus Puijnen en Maria Theresia Wallekers, landbouwers. Uit dit huwelijk kinderen.
  7. Wilhelmus Jacobs, geb. Nederweert 12 dec. 1878, landbouwer, overl. Nederweert 7 maart 1947; tr. Nederweert 5 april 1918Maria Christina Knapen, geb. Nederweert20 mei 1885, overl. Weert 8 juli 1971, begr. Ospel 12 juli 1971, dochter van Peter Mathijs Knapen, wever, en Anna Maria Hubertina Caris, landbouwers; zij hertr. Peter Joseph Hendriks.[15]. Uit deze huwelijken geen kinderen.

Wilhelmus woonde op de ouderlijke boerderij Waatskamp nr. 173, tegenwoordig adres Beelenstraat 10 te Ospel.[16]

  1. Maria Elisabeth Jacobs, geb. Nederweert17 jan. 1883, landbouwster 1916, overl. Nederweert23 jan. 1937; tr. Nederweert27 okt. 1916Peter Pellemans, geb. Nederweert 9 dec. 1883, landbouwer, overl. Ospel gem. Nederweert 8 april 1973, zoon van Francis Pellemans, werkman, en Maria Catharina Meulendijk; weduwnaar van Jacoba Verkoijen; hij hertr. Mechtilda Wilhelmina Rutjens. Bij het huwelijk werden twee kinderen erkend.

VI-2. Petronella Aerthijs, geb. Ospel gem. Nederweert 30 dec. 1846, dienstmeid, overl. Laar gem. Weert 4 juni 1886; tr. Nederweert 28 april 1876 Martinus Broods, geb. Boeket gem. Nederweert 18 nov. 1843, dienstknecht 1876, werkman 1877, landbouwer 1881-1893, overl. Laar gem. Weert 7 aug. 1893, zoon van Antonius Stephanus Broods en Hendrina Hendrikx, landbouwers; hij hertr. Anna Maria Hubertina Lempens.

Uit dit huwelijk:

  1. Antoon Broods, geb. Nederweert12 febr. 1877, landbouwer te Weert 1903, overl. Helden 2 juli 1954; tr. Weert 16 april 1903 Petronella Hubertina Souts, geb. Biest gem. Weert 19 sept. 1874, overl. aldaar 1 febr. 1917, dochter van Petrus Joannes Souts en Elisabeth van Hoef, landbouwers. Uit dit huwelijk kinderen.
  2. Elisabeth Broods, geb. Laar gem. Weert 3 mei 1879, overl. aldaar 5 mei 1879.
  3. Peter Joannes Broods, geb. Laar gem. Weert 3 mei 1881, landbouwer, overl. Weert 6 dec. 1958; tr. Nederweert24 april 1908Maria Louisa Stultiens, geb. Weert 29 sept. 1886, dienstmeid te Nederweert 1908, overl. Weert 27 nov. 1951, dochter van Antonius Stultiens en Adriana van den Heurk, landbouwster. Uit dit huwelijk kinderen.
  4. Levenloos geboren dochter, Laar gem. Weert12 dec. 1883.

VI-3. Maria Hendrica Venmans, geb. Deurne gem. Deurne en Liessel 18 dec. 1849, overl. Meijel 15 juni 1883; tr. Deurne en Liessel 17 febr. 1876 Petrus Joannes (Jan) Truijen, geb. Altweert gem. Weert op de boerderij bij Heinkes[17] 24 maart 1838, landmeter 1862-1877, koopman 1878-1880, grondeigenaar, raadslid en wethouder 1873-1876 van de gemeente Weert; secretaris 1869- , raadslid 1885-1895,  wethouder 1886-1895 en burgemeester 1895-1913 van de gemeente Meijel; lid van de Provinciale Staten van Limburg 1895-1913, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1894-1901, voorzitter Zuid-Nederlandse Zuivelbond (ZNZ) 1893-1919, oprichter en voorzitter van de Limburgse Christelijke Boerenbond 1896-1901,[18] overl. Meijel 14 nov. 1919, zoon van Petrus Truijen, raadslid en wethouder van de gemeente Weert, en Maria Elisabeth van de Kraen, landbouwers. Hij werd ook wel de “boerenkoning” genoemd.

Op 10 okt 1869 werd Jan Truijen benoemd tot secretaris van de gemeente Meijel. Hij bleef wonen in Weert maar beloofde iedere zaterdag in Meijel beschikbaar en aanwezig te zijn (3,5 uur gaans van Weert). Op 10 sept 1873 wilde de gouverneur hem voordragen voor burgemeester van Meijel onder voorwaarde dat hij in Meijel zou gaan wonen (blijkbaar woonde hij nog in Weert). Hij ging hier niet op in. Hij was toen gemeenteraadslid en wethouder in Weert.

In 1876 huwde hij (en woonde dus op dat moment in Weert) en ging hij wonen bij zijn schoonouders Venmans op de Neerkant. In 1878 verhuisde hij naar Meijel. Jan Truijen was van 1869 tot 1876 in Meijel bestuurlijk actief terwijl hij nog in Weert woonde.

Uit dit huwelijk:

  1. Mr. dr. Peter Willem Hendrik (Piet) Truijen, geb. Neerkant op boerderij de Schelm[19] gem. Deurne en Liessel 9 febr. 1877, advocaat, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1932-1946, overl. Roermond 6 april 1965; tr. Geldrop 6 febr. 1906 Paulina Joanna Maria van den Heuvel, geb. Geldrop 30 aug. 1883, overl. Roermond 25 mei 1955, dochter van Vincentius Adrianus Maria van den Heuvel, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, en van Francisca Maria Josephina Sanders. Uit dit huwelijk kinderen.
  2. Johanna Maria Dina (Dina)Truijen, geb. Neerkant op boerderij de Schelm[20] gem. Deurne en Liessel 5 april 1878, overl. Roermond 11 aug. 1958; tr. Meijel 27 aug. 1907 mr. Theodorus Joannes Hubertus Aquarius, geb. Haelen (op den Dries) 15 nov. 1875, burgemeester van Haelen 1903-1936 en Nunhem 1913-1940, lid van de Provinciale Staten in Limburg 1919-1931, president van de Raad van Toezicht van de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank te Eindhoven, commissaris der Nederlandsche Landbouwbank te Amsterdam, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, overl. Haelen 1 aug. 1944, zoon van Paulus Henricus Hubertus Aquarius, landbouwer, brouwer en wethouder van de gemeente Neer, en Gertruda Florentina Hubertina Wouters. Uit dit huwelijk kinderen.
  3. Elisabeth (Liza)WilhelminaTruijen, geb. Meijel 4 april 1879, overl. Roermond 2 aug. 1956, ongehuwd, woonde bij broer Piet op de Willem II Singel 67 in Roermond alwaar ze ook overleed.
  4. Willem Hendrik Truijen, geb. Meijel 6 sept. 1880, overl. aldaar 8 nov. 1880.
  5. Willem Jan Hendrik Truijen, geb. Meijel16 sept. 1881, overl. aldaar 5 okt. 1881.
  6. Levenloos geboren zoon, Meijel15 juni 1883.

Betekenis voor de kerk op Ospel

Ospel was tot 1864 een onderdeel van de St. Lambertusparochie te Nederweert. Dat betekende dat parochianen die tegen de grens met Meijel woonden een afstand van acht kilometer te voet moesten afleggen (ruim 1,5 uur gaans heen en ook weer terug) om aan de kerkelijke verplichtingen te voldoen. Wilde men ter communie gaan dan moest men ook nog nuchter zijn. In de zomer ging dit nog enigszins, maar in de winter met een zeer slechte onverharde weg (meer een modderspoor) was dit ondoenlijk. Ook parochianen die dichterbij woonden moesten een uur lopen naar de kerk. De roep om een eigen kerk werd in Ospel dan ook steeds luider.

In 1860 ging de deken van Weert op kerkvisitatie ( bezoek aan de pastoor en de parochie) in Nederweert en Meijel. Op weg naar Meijel sprak hij met parochianen in Ospel en Ospel-Dijk die aangaven dat het vooral in de winter ondoenlijk was om aan de zondagsplicht te voldoen. Hij besprak dit ook met de pastoor van Meijel en uitte daar zijn zorgen over de situatie.

In 1861 gaat Peter Jan Coolen, herbergier en touwslager op de Klaarstraat te Ospel naar Meyel en komt daar in gesprek met de pastoor en bespreekt met hem de situatie. De pastoor van Meyel zegt tegen hem dat dit de deken van Weert ook bekend is en dat deze de situatie begrijpt. De pastoor van Meyel zegt tegen Coolen; ga praten met de deken.

Terugkomende op Ospel wordt dit besproken, en in alle gehuchten worden vergaderingen belegt. Er worden enkele ‘wijze’ mannen aangewezen die het gesprek met de deken aan moeten gaan. Dit zijn JM op `t Root (Nieuwstraat), PJ Coolen woordvoerder (touwslager op de Klaarstraat), Hendrik Meeuwis (Horik), PJ Joosten (Ospel) en PJ van Laer (Waatskamp). Deze mannen vertegenwoordigde de gehuchten Kreijel, Waatskamp, Horik, Ospel, Klaarstraat en de Nieuwstraat. Ze brengen een bezoek aan deken Boermans en worden allerhartelijkst ontvangen. PJ Coolen voert er het woord. Door een bezoek eerder aan Ospel was het deken Boermans bekend met de problemen van veel mensen om naar de kerk in Nederweert te gaan. Hij ondersteunde het verzoek om te komen tot een eigen kerk en verklaarde zich voorstander van de oprichting van een eigen parochie.  Gezamenlijk kreeg men de bisschop van Roermond achter dit plan. Deze laatste raadde de wijze mannen van Ospel aan te zorgen voor geld voor de bouw van een kerk. Hiermee kon men dan bij de gemeente en rijksoverheid (die toen nog goedkeuring en daarmee subsidie diende te verlenen[21]) aantonen dat het de parochianen ernst was.

De groep “wijze mannen” ging vervolgens alle bewoners in alle gehuchten (Ospel, Waatskamp, Kreijel, Claesstraat en Horick) af voor een vrijwillige bijdrage.[22] Deze collecte leverde 13.416 francs[23] op, oftewel 6.388 gulden waarvan de helft uit het (toen nog) gehucht Ospel zijnde 3.262 gulden[24]. Ospel was het grootste gehucht met de meest draagkrachtige inwoners. Aangenomen mag worden dat de familie Aerthijs aan deze collecte een belangrijke bijdrage heeft gedaan.

Kerk, Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ospel

Conform het Keizerlijk Decreet van 30 december 1809 op de kerkfabrieken diende de gemeente te zorgen voor de bouw van de pastorie en de parochianen voor de bouw van de kerk. De pastorie was gebouwd op grond van de familie Aerthijs die deze aan de gemeente had verkocht voor 70 gulden (14.45 roeden).

In 1865 werd gestart met de bouw van de kerk die begroot was op 34.400 gulden. Naast de opbrengst van de reeds in 1862 gehouden collecte en subsidies leende de parochie 3.750 gulden van de familie Aerthijs. Op deze lening was enkele jaren afgelost, totaal 484 gulden. De rest werd in 1879 kwijtgescholden.[25]

Over deze kwijtschelding is de volgende anekdote bekend. Op een avond in december 1879 ging pastoor Vullers een praatje maken bij de familie Aerthijs, die buren van hem waren. Na enig gekeuvel over en weer vroeg Jan Aerthijs aan pastoor Vullers: Hoe gaat het, kun je nog alles betalen? De pastoor antwoordde: Het gaat goed, ik kan alle rekeningen betalen behalve een, daar heb ik moeite mee, namelijk de rente en aflossing op jullie lening. Na enig nadenken zei Jan Aerthijs: dan zal ik dat probleem oplossen. Hij liep naar de kast,  haalde het schuldbewijs eruit en gooide dit bewijs in de kachel. Zo, zei Jan, dan is het hiermee opgelost. En inderdaad het jaar daarna was de lening verdwenen uit de jaarstukken van de parochie.

De kerk is gebouwd op de splitsing van de doorgaande weg met de Waatskamp. Het was grond van de gemeente en er lag een poel. Over de plek waar de kerk is gebouwd zijn nog 2 anekdotes uit overlevering bekent.

Omstreeks 1650 woonde er in deze omgeving Sieben Helmus welke regelmatig met de schapen naar de Peel ging. Als hij langs de poel in het centrum van Ospel kwam “zag” hij dat daar een kerk zou komen. ( opmerkelijk is dat de familienaam Helmus in Nederweert niet voorkwam en in Weert ook nauwelijks.)

De andere anekdote verhaald van een man genaamd Willem Paulus welke op Ospel woonde  en welke “waanzinnige” was en daardoor zelfs de communie niet had kunnen doen. Deze man had voorspeld dat op de plek van de kuil ooit een kerk zou worden gebouwd. [26]

Orgel

Vóór de Tweede Wereldoorlog stond er in de kerk een orgel waarop een naamplaatje bevestigd was met het opschrift Aerthijs CS. Dit orgel is tijdens de oorlog, door zware schade aan de kerk, verloren gegaan. Uit dit opschrift was op te maken dat de familie Aerthijs een belangrijke financiële rol had gespeeld bij de aanschaf van het orgel. Maar welke rol? De meest voor de hand liggende orgelbouwer in deze streek was P. Vermeulen Orgelbouw te Weert. Dit bedrijf was in 1998 samengegaan met de Alkmaarse tak van Vermeulen Orgelbouw en in Alkmaar voortgezet. Na lang zoeken in het gemeentearchief te Weert[27] kwamen enkele stukken boven water over het Ospels orgel.

Wat bleek: in 1881 had Jan Truijen uit Meijel de opdracht gegeven tot de bouw van een orgel. Jan Truijen was gehuwd met Maria Hendrica Venmans welke een dochter was van Petronella Aerthijs, gehuwd met Willem Venmans. Jan Truijen was burgemeester van Meijel, eerste voorzitter LLTB en lid van de Provinciale Staten, enz. en was afkomstig uit Weert. Hij had namens de familie (in de opdracht staat namens Jan Aerthijs) de opdracht gegeven tot de bouw van een orgel voor het bedrag van 2.435 gulden en dit te plaatsen vóór 1 september 1881 in de kerk te Ospel. Bij deze opdrachtverstrekking zit een uitvoerige beschrijving van het te bouwen orgel: een twee-manualig mechanisch orgel met vrij pedaal.

Klokken

In de kerk had vanaf het begin een klein klokje gehangen bij de ingang van de sacristie. Na enige jaren was daar nog een grote klok in de toren bijgekomen. Ook hierover is nog een anekdote bekend.

In de jaren 1870-1880 was de bisschop op bezoek in verband met het toedienen van het vormsel en de kerkvisitatie. Omdat er nog geen klok in de toren hing, ging de pastoor samen met de bisschop bij de familie Aerthijs op bezoek. De bisschop wist Jan te bewegen ook een klok, voor zijn rekening, te laten plaatsen in de toren. Echter om van deze plaatsing bewijzen te vinden was moeilijker.  In deze omgeving zijn er twee bedrijven die klokken plaatsen (en gieten), namelijk Eijsbouts in Asten en Petit en Fritsen in Aarle-Rixtel. Eijsbouts goot toen nog geen klokken maar liet dat elders doen en plaatste deze wel. De archieven van de firma Petit en Fritsen bevinden zich in het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven. Veel parochies uit Limburg hebben bij Petit en Fritsen hun klokken laten gieten. Bijvoorbeeld ook parochies uit Weert en Nederweert. Inzake Ospel werden alleen gegevens gevonden van de kleine klok uit 1864. Van de grote klok, die rond 1870 in de toren was gehangen, werd niets teruggevonden. Mogelijk was deze geplaatst door Eijsbou

ts uit Asten? Van de kleine klok zijn gegevens gevonden in het archief. [28] Deze klok was in 1864 gegoten door Petit en Fritsen in opdracht van Peter Jan Joosten. De klok met een gewicht van 35 kg kostte 70 gulden. Hij werd opgehaald door Joosten en omdat hij niet in de jaarrekening 1864 van de parochie voorkomt, werd hij waarschijnlijk ook betaald door Joosten. Joosten was lid van de commissie van wijze mannen en een vooraanstaande boer in Ospel. Dit klokje hing aanvankelijk bij de ingang van de noodkerk en later bij de ingang van de sacristie in de huidige kerk.

Uit het archiefonderzoek is gebleken dat een klok in die periode 1,50 tot 2,00 gulden per kg kostte. Een torenklok was toen ongeveer 500 kg zwaar en zou 750 gulden gekost moeten hebben.

Op 6 oktober 1876 werd er in de gemeenteraad van Nederweert[29] een verzoek behandeld van de pastoor van Ospel voor 600 gulden subsidie voor de aanschaf van een klok. Het voorstel werd niet aangenomen; vijf stemmen voor en zes stemmen tegen, mede omdat een raadslid uit Nederweert wist te melden dat hij die morgen naar de H. Mis in Ospel was geweest en dat er een speciale collecte was gehouden voor de aanschaf van een klok. Er waren parochianen die wel 10 gulden gaven, aldus het raadslid. Een subsidie van de gemeente was dus niet nodig. Toch is er een klok gekomen. In de jaarrekeningen uit die periode vinden we hierover niets terug. De klok is derhalve waarschijnlijk betaald door particulieren en we mogen aannemen geheel of voor een groot deel door de familie Aerthijs.

Schilderwerk en gebrandschilderde ramen.

In 1884 besloot het kerkbestuur (pastoor Vullers!) de kerk te laten schilderen oftewel te polychromeren. De familie Aerthijs gaf hieraan een financiële bijdrage van 600 gulden terwijl de totale kosten 1.562 gulden bedroegen.[30] Verder diende er in de kerk nog gebrandschilderde ramen te komen. Parochianen konden een raam adopteren, 100 gulden voor een klein raam en 850 gulden voor een groot raam. De lijsten van adoptanten zijn verloren gegaan maar aangenomen mag worden dat de familie Aerthijs, gezien haar positie, minstens één groot raam voor haar rekening nam.

St. Josephgesticht Nederweert

In 1883 werd in Nederweert de St. Josephvereniging opgericht met als doel het exploiteren van een liefdadigheidsgesticht oftewel een bejaardenhuis. In 1887 kwamen er de eerste vier bewoners waarmee de basis was gelegd voor het latere bejaardenhuis aan de Zuid-Willemsvaart, thans het zorgcentrum St. Joseph, dat nu een onderdeel van de Stichting Land van Horne is.

In de Raad van Beheer van het St Josephgesticht zat pastoor Vullers uit Ospel. Hij deed waarschijnlijk een beroep op de familie Aerthijs waarna (Jan) Aerthijs in 1884 500 gulden schonk aan het gesticht.

Lid kerkfabriek

Bij de oprichting van de parochie Ospel werd conform het keizerlijk besluit een kerkfabrieksraad ingesteld en werden kerkmeesters benoemd. In de kerkfabrieksraad had de gemeenteraad drie zetels waarvan er een werd ingenomen door burgemeester P.J. Vullers, een broer van de pastoor. Hendrik Aerthijs werd door de bisschop, op voordracht van de pastoor, benoemd tot lid van de kerkfabrieksraad en als kerkmeester. Van beide colleges was hij twaalf jaar lid.

Lid gemeenteraad Nederweert

Jan Aerthijs deed in 1855 mee aan de verkiezing van de gemeenteraad van Nederweert. Er was toen stemrecht gerelateerd aan het bedrag dat men aan personele belasting betaalde. Op basis hiervan hadden in Nederweert in 1823, 278 mannen kiesrecht terwijl er ongeveer 2.000 volwassen mannen woonden. In 1855 waren er 292 kiesgerechtigden en hiervan brachten er 65 hun stem uit op Jan Aerthijs, die daarmee werd gekozen.

In 1873 waren er 414 kiesgerechtigden waarvan er 61 hun stem uitbrachten op Jan Aerthijs. Dit waren er echter onvoldoende om herkozen te worden. Hij had wel een vaste achterban maar de toename van het aantal kiesgerechtigden hield geen gelijke tred met het aantal op hem uitgebrachte stemmen. Opmerkelijk is dat Jan in 1861 53 en in 1867 48 stemmen kreeg, dus 12 respectievelijk 17 minder dan in de verkiezing ervoor. In de periode dat zij veel voor de bouw van de kerk betekend hadden, had Jan minder stemmen! Maar evengoed heeft hij 18 jaar deel uitgemaakt van de gemeenteraad en daarmee de belangen van de Ospelse gemeenschap gediend, naar we mogen aannemen.[31]

Opmerkelijk, alle dank aan Jan

Op diverse plaatsen in de pers e.d. is de familie Aerthijs bedankt voor haar inzet voor de parochie. Opmerkelijk is hierbij dat dan meestal alleen Jan werd genoemd terwijl het geld uit het vermogen van de vier kinderen Aerthijs kwam en broer Hendrik 12 jaar lid was van de kerkfabrieksraad en kerkmeester was. Een voorbeeld hiervan is een artikel in het Kanton Weert van 2 nov. 1918. Was Jan mede gezien zijn 18-jarig lidmaatschap van de gemeenteraad van Nederweert de persoon die het meest op de voorgrond trad?

Totale inzet familie Aerthijs

Naast de bestuurlijke inzet, Jan 18 jaar lid van de gemeenteraad en Hendrik 12 jaar lid van de kerkfabrieksraad en kerkmeester, heeft de familie Aerthijs aanzienlijke sommen geld gegeven voor de oprichting van de parochie. Met archiefstukken onderbouwd: lening aan de kerk kwijtgescholden 3.266 gulden; orgel 2.435 gulden en schilderwerk 600 gulden: totaal 6.301 gulden.

Verder mag worden aangenomen dat zij een bijdrage van wellicht 1.000 gulden hebben gegeven aan de eerste collecte in 1862. Een klok van 750 gulden, een gebrandschilderd raam van 850 gulden en de bijdrage in het St. Josephgesticht van 500 gulden. In totaal een bedrag van 9.000 à 10.000 gulden. In de periode 1860-1885 was dit een astronomisch bedrag als men weet dat een gemiddelde boerderij toen 2.500 tot 3.000 gulden waard was.

Vermogen familie Aerthijs

Zoals hiervoor aangegeven behoorde de familie Aerthijs tot de rijkere boeren in Ospel en Nederweert. De familie bezat in 1881 een vermogen van 200.000 gulden, hetgeen omgerekend naar de huidige tijd het vermogen van een multimiljonair was.[32]

Alom werd verteld dat ze dit vermogen verdiend hadden in de schapenhandel. Is dat echter ook zo? Voor gegevens met betrekking tot de financiële positie in die periode is men onder meer afhankelijk van gegevens van de personele belasting, memories van successie (MvS) en notariële akten.

De eerste gegevens van de familie inzake hun financiële positie treffen we aan in het archief van de schepenbank van Nederweert. In 1751 verkocht Hendrik Aert Thijs mede namens zijn zoon Joannes de helft van zijn boerderij voor 400 gulden.[33] Hij had daarbij bedongen dat hij nog twee jaar kost en inwoning kreeg en dat hij er zijn leven lang mocht blijven wonen bij de kopers van de andere helft van de boerderij. Dit geeft aan dat zijn financiële positie niet overweldigend was. Met zijn zoon Joannes is het beter gegaan. In 1796 (inventarisatie Bevolking) woont hij in Heersel (Ospel) op de boerderij “Bi-Haaze) een voor die tijd meer dan gemiddelde boerderij. Hij kreeg drie zonen. Twee van hen brachten het, wellicht mede door hun huwelijk,  tot welgestelde boeren.

Bij de verkiezing voor de gemeenteraad hadden de mannelijke inwoners al of niet stemrecht op basis van betaalde personele belasting. De gegevens over de personele belasting van 1823 in Nederweert zijn nog bewaard gebleven.[34] Hieruit valt op te maken dat er ongeveer 2.000 volwassen mannen waren waarvan er 278 stemrecht hadden. Van deze 278 personen, die voldoende personele belasting betaalden, behoorden de beide broers Aerthijs tot de top 50; echter niet tot de absolute top. Het waren gegoede boeren.

Diegene die de meeste Personele Belasting betaalde in 1823 waren;

  • Hendrik Greymans Rosveld (boerderij “de Plucksack) fl 54,25
  • Jan Stoutemans Ospel fl 53,92
  • Martinus Caris Claasstraat fl 42,46
  • Mathijs Aerthijs Ospel fl 31,81
  • Henricus Aerthijs Rosveld fl 27,75

Richten we ons nu op Mathijs Aerthijs, die in de kom van Ospel woonde op de boerderij die in de volksmond “Bi-j Haaze” werd genoemd. Hier woonden naast Mathijs Aerthijs (overl. 1829) zijn vrouw Joanna Janssen (overl. 1824) en drie ongehuwde kinderen Hendrik, Jan en Dina. De jongste dochter Petronella vertrok al op jonge leeftijd naar de familie Janssen op de Neerkant. Weldra zien we de eerste tekenen van meer dan gemiddelde welvaart. Zoon Hendrik moest in 1823 in militaire dienst. Ze vonden voor hem een plaatsvervanger in de persoon van Casper Lodewijk Dubois uit Maaseik die voor 275 gulden zijn dienst overnam (voor 3 jaar). Gezien het bedrag was dit alleen weggelegd voor welgestelde families.

In 1829 , bij het overlijden van Mathijs hebben ze een boerderij met ruin 13 ha grond. Vervolgens hadden de “kinderen” Aerthijs gezien hun positie[35] regelmatig geld ‘over’.  Ze kochten dan ook met enige regelmaat grond en leenden geld uit aan boeren in de omgeving.

Aanvankelijk kopen ze kleinere percelen grond in hun directe omgeving en later grote stukken heide. In 1822, 20,64 roeden; 1842, 42.44 roeden en 82 roeden; 1844 33,52 roeden; 1856 1 bunder en in 1864 20,57 bunder (heide). Totaal in de periode 1820-1864 23.35.61 bunder grond voor fl 1127,30 (incl een aandeel in een molen).

In 1835 overlijdt hun tante Helene Horicks ( gehuwd met een Henricus Aerthijs een oom) en zij erven fl 448.

Ook lenen ze regelmatig geld uit aan boeren in hun omgeving. Over het algemeen ging het om relatief kleine sommen geld.

1846 Jan Bollen                            600                     1843 aan Joseph Verheggen               2000
1848 Joseph Verheggen               500                     1847 van Laer Waatskamp                  3000
1848 Pieter van Gemert               340                      1856 Jan Nijssen                                 3500
1857 Pieter Scheepers                  200                     1859 Gertruud Konings                       940
1859 wed Smolders                      1034

Omstreeks 1850 was er een trendbreuk. Er werden grote bedragen geld uitgeleend; in 20 jaar tijd bijna 100.000 gulden.1

1856    Baron de Keverberg Haelen               fl. 23.000
1869    Baron te Blitterswijck                         fl. 10.000
1870    Le Brun notaris N`weert                    fl. 26.900
1875    Leon Magnee Horn                              fl. 30.000
1875    notaris Hafmans Helden                    fl. 5.000
1875    bank Schmasen en Nacken Swalmerstraat Roermond  fl 5000
1876    Bisschoppelijk College Roermond   fl. 2000

In de volksmond op Ospel werd in het verleden verteld dat ze dit geld hadden verdiend met de schapenhandel. Ze hadden in ieder geval een grote schaapskudde van 80 schapen terwijl het gemiddelde in Nederweert 40 was.[36] In de gemeentelijke jaarverslagen werd wel bij enkele jaren melding gemaakt van handel in schapen maar zeker niet grootschalig. In het overzicht van afgegeven paspoorten komt de naam Aerthijs niet voor en ook niet in relatie tot bijvoorbeeld de Schaapscompagnie Venray-Melderslo die wel aan grootschalige schapenhandel deed. Er zijn dus geen concrete bewijzen voor grootschalige schapenhandel.

Er is wel een anekdote over deze schapenhandel van de familie Aerthijs. Zij kwamen met een grote kudde schapen op de markt (Antwerpen, Brussel of Parijs??) en de handelaren op die markt hadden onderling afgesproken een lage prijs te bieden omdat Aerthijs toch wel van die schapen af moest. Zijn de schapen nu zo goedkoop, zo reageerde Aerthijs, dan wil ik er wel kopen en kocht een groot aantal in plaats van te verkopen. Toen steeg de prijs van de schapen snel zodat Aerthijs zijn eigen kudde en de aangekochte schapen met veel winst kon verkopen. Dit alles verklaart niet het grote vermogen.

Waar kan het vermogen dan wel vandaan zijn gekomen? Hadden zij dit via vererving van de familie Janssen (van moederszijde) van de Neerkant verkregen?

Moeder Joanna Janssen kwam van de Moostdijk een gehucht van de Neerkant.

Zij was een dochter van Pieter Peter Jan Lambers die later Petrus Janssen werd genoemd en van Hendrina (Harriske) Claessen. Zij hadden totaal acht kinderen gekregen waarvan er vier jong waren gestorven. Van de andere vier zijn er twee vrijgezel gebleven en twee gehuwd waarvan er één kinderloos was gestorven. De enige erfgenamen van de familie Janssen zijn dus de vier kinderen van Joanna Aerthijs-Janssen.

Toen oma Hendrina Claessen in 1824 stierf bezaten zij drie huizen en bijna 10 ha grond. In 1859 overleed de ongehuwde broer van Joanna Janssen (Peter Janssens, koopman). Hij liet een vermogen van ruim 52.000 gulden na waaruit de kinderen Aerthijs een boerderij met 30 ha grond werd toegewezen. Het andere deel van het vermogen was naar zijn twee ongehuwde zussen gegaan, Elizabetha Janssens (1783-1874) en Maria Jansse (1778-1867).  Van hen zijn geen memories van successie gevonden, maar aangenomen mag worden dat dit vermogen uiteindelijk ook bij de kinderen Aerthijs was terecht gekomen. Vervolgens zal dit resulteren in een vermogen van 200.000 gulden in 1881 dat voor een kwart uit onroerend goed (4 boerderijen en ruim 125 ha grond) bestond en voor drie kwart uit schuldvorderingen.

Uiteindelijk zou dit vermogen terecht komen bij de twee dochters van Petronella Aerthijs gehuwd met Willem Venmans te Meijel. Een hiervan was gehuwd met Jan Truijen, burgemeester van Meijel, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en de eerste voorzitter van de LLTB (Jan werd ook wel de “boerenkoning” genoemd). Voor de verdeling van het vermogen van de familie Aerthijs waren twee notariële akten uit 1878 en 1881 van belang.

Op 23 febr. 1878 werd er ten huize van de familie Aerthijs op Ospel een akte van deling verleden[37].

“voor mij Jozef Theodoor Hubert le Brun, Notaris gevestigd te Nederweert, arrondissement Roermond, Limburg in tegenwoordigheid van den nagenoemde getuigen

Compareerden 1. Willem Venmans, landbouwer wonende te Deurne, in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met Petronella Aerthijs, 2. Hendrik Aerthijs, 3. Jan Aerthijs, 4. Dina Aerthijs, de drie laatst genoemde landbouwers wonende te Nederweert,

Verklaren bij deze te zamen in onverdeeldheid te bezitten en ieder voor een vierde gedeelte beregtigd te zijn in: (…)”

Hierna volgt een opsomming van het onverdeelde vermogen (items A t/m G en 1 t/m 12 die in de akte van 17 sept. wederom opgenomen worden).

De akte is ondertekend door Jan Aerthijs, Hendrik Aerthijs, Willem Venmans en de getuigen Hendrik van Eijck, dagloner en Marten Steuten, dienstknecht, beiden wonende te Nederweert.

Dina Aerthijs was niet in staat om te tekenen omdat ze een verlamming in de rechterhand had, waarschijnlijk omdat zij stervende was. Blijkbaar was ze wel nog bij kennis want ze verklaarde zich akkoord met de akte. Zij overlijdt twee dagen later. Op 10 april 1830 had Dina de memorie van successie van haar vader wel ondertekend, ze kon dus wel schrijven.

Op 17 sept. 1881 werd er ten huize van Jan Truijen te Meijel een akte van deling verleden[38].

“Voor mij Antoon Alphons Lambert Haffmans notaris ter standplaats Helden, arrondissement Roermond compareerden in tegenwoordigheid van getuigen

1e de heer Jan Arthijs rentenier wonende te Nederweert

2e de kinderen van wijlen de heer Willem Venmans en Petronella Aerthijs met namen a.de heer Willem Hendrik Goossens, rentenier wonende te Meijel in gemeenschap van goederen gehuwd met mejuffrouw Wilhelmina Venmans en b. mejuffrouw Maria Hendrica Venmans, echtgenote van en bijgestaan door den heer Jan Truijen, koopman wonende te Meijel welke comparanten mij notaris verzocht hebben om met hen te willen overgaan tot scheiding en verdeeling van Primo De goederen welke de eerstgenoemde comparant in onverdeeldheid bezit met de twee andere deelgenooten voor wat hem betreft gedeeltelijk krachtens acte van boedelscheiding verleden voor notaris Le Brun te Nederweert den drie en twintigsten Februari achttienhonderd en acht en zeventig (….) en gedeeltelijk krachtens erfopvolging zijner zuster en broeder Dina en Hendrik Aerthijs en de sub 2 genoemde comparanten krachtens erfopvolging hunner moeder Petronella Aerthijs die met Willem Venmans buiten gemeenschap van goederen gehuwd was en na met Jan Aerthijs van hare broeder en zuster Hendrik en Dina Aerthijs geërfd hebben den achttienden laatstleden ab-intestato overleden is. Deze goederen waarin de comparant sub één voor de helft en de comparanten sub twee genoemd voor de wederhelft berechtigd zijn bestaan uit (…) Secundo. De goederen uit de nalatenschappen van wijlen Mathijs Aerthijs en Joanna Janssens, ouders van Jan Aerthijs- Hendrik- Dina en Petronella Aerthijs voornoemd en uit de nalatenschappen van Peter- Marie- en Elisabeth Janssens, broeder en zusters van Joanna Janssens voornoemd, welke nalatenschappen steeds met elkander zijn vermengd gebleven en waarin thans krachtens erfopvolging door versterf Jan Aerthijs voor de helft en en de twee andere deelgenooten te zamen voor de wederhelft berechtigd zijn te weten: (…) Tertio. De goederen welke Jan Aerthijs met de echtgenooten Willem Venmans en Petronella Aerthijs krachtens de hierna vermelde titels en onverdeeldheid bezaten en waarvan thans de sub twee genoemde deelgenooten krachtens erfopvolging hunner ouders voor de helft berechtigd zijn (…) Quarto. De goederen afkomstig uit de nalatenschappen van Wijlen Willem Venmans en Petronella Aerthijs waarin hunne kinderen, met uitsluiting van den sub één genoemde deelgenoot, ieder voor de helft berechtigd zijn (…)”

De goederen waar het hierover gaat zijn:

  • Huizen (te Nederweert, boerderij Bi-j Haaze en de latere kapelanie) met tuin, boomgaard, weiland en inculte gronden groot tesamen 20,3 ha (23 percelen), met een waarde van fl. 13.000.
  • Huizen (te Deurne en Liessel), huizen met tuin, wei- en bouwland en inculte gronden groot 20,4135 ha (57 percelen); heide groot 30,609 ha (3 percelen); bouw- en weiland en inculte gronden groot 10,3350 ha (9 percelen) met een waarde van fl. 15.000.
  • Onroerende goederen (te Deurne en Liessel, Asten, Meijel, Nederweert), bouwland weide en inculte gronden groot 44,6990 ha (15 percelen) met een waarde van fl. 7.940.
  • Aandeel in een windgraanmolen en huis (16/45 deel) te Meijel met een waarde van fl. 2.200.
  • Hypothecaire schuldvorderingen waarvan de belangrijkste zijn: Jan Nijssen, landbouwer te Nederweert (akte 23 dec. 1859) fl. 3.500; Leonard Verheggen, landbouwer te Nederweert (akte 3 dec. 1871) fl. 2.300; Frederic Baron von Hamelberg, grondeigenaar te Blitterswijk (akte 2 febr. 1869) fl. 10.000; de heer Leon Magnee, grond- en kasteeleigenaar te Horn (akte 4 febr. 1875) fl. 10.000; Jan Rutten te Sittard (akte 30 mei 1877) fl. 1.600; Charles Baron de Keverberg D`Aldengoor te Haelen (akte 26 aug. 1856) fl. 23.000; Leonard en Willem van Asten te Helmond (akte 30 sept. 1864) fl. 3.700; Gerard van Heugten te Deurne (akte 30 nov. 1850) fl. 3.000; Johannes van Homberg te Deurne (akte 12 febr. 1870) fl. 2.200; Johannes Adriaans te Deurne (akte 30 jan. 1867) fl. 2.800; Peter Jan Geelen te Hunsel (akte 19 aug. 1880) fl. 3500; Anna Geertruda Bruijnen te Sevenum (akte 17 jan. 1879) fl. 4.000; en Gerard Meezen te Sittard (akte 13 jan. 1881) fl. 3.000.
  • Onderhandse schuldvorderingen waarvan de belangrijkste zijn: Schmasen en Nacken, bankiershuis in de Swalmerstraat te Roermond (schuldbewijs 5 jan. 1875) fl. 6.000; Bisschoppelijk College te Roermond (schuldbewijs 7 april 1876) fl. 2.000; de heer Leonard Magnee te Horn (schuldbewijs 3 febr. 1875) fl. 20.000; Louis Wolters, bankier te Venlo (schuldbewijs 23 maart 1876) fl. 6.000; en van dezelfde (schuldbewijs 12 juli 1879) fl. 2.000; Bartholomeus Bruijns te Baarlo (schuldbewijs 9 juli 1878) fl. 2.000; Jozef Le Brun, notaris te Nederweert (schuldbewijs 2 aug. 1874) fl. 1.800; Alfons Haffmans, notaris te Helden (schuldbewijzen 3 nov. 1870 en 3 febr. 1872) fl. 5.000; en Jozef Verheggen te Buggenum (schuldbewijs 30 nov. 1878) fl. 2.050.

Totaal generaal honderd negen en negentig duizend negen honderd vier en twintig gulden en 60 cent oftewel fl. 199.924,60.

“(…) Deze scheiding en verdeeling alzoo zonder soulte tot stand gebracht zijnde, verklaarden de partijen met dezelve volkomen genoegen te nemen en te vrede te zijn. De onroerende goederen waarvan hun, buiten de aangehaalde, geen titels of bewijs van overschrijving bekend zijn, verdeeld te hebben in dezelfde tegenwoordige staat en stand met alle voor- en nadelige rechten en lasten zonder waarborg van maat en vrij van hypotheek, terwijl de nieuwe eigenaars dezelve dadelijk kunnen aanvaarden mits er voortaan de belasting van betalende. De gesplitste perceelen zijn op het terrein behoorlijk afgepaald. De comparanten verklaarden verder ieder de hen toegedeelde gelden en titels der schuldvorderingen reeds overgenomen te hebben en elkander ten opzichte dezer scheiding volkomen te dechargeren zonder enig voorbehoud (…) Verleden te Meijel den zeventienden September achttien honderd een en tachtig ten huize van comparant Truijen in tegenwoordigheid der Heeren Jacobus Henricus Hebben hoofdonderwijzer te Meijel en Antoon Vissers candidaat notaris te Helden getuigen evenals de comparanten aan mij notaris bekend die deze acte onmiddellijk na gedane voorlezing met de comparanten en mij notaris onderteekend hebben.

w.g.     J. Aerthijs
M.H. Venmans
W.H. Goossens
J.H. Hebben
A. Haffmans, notaris
Jan Truijen
A. Vissers

Het vermogen van ongeveer fl 200.000 behoort dus toe aan Jan Aerthijs en de 2 kinderen van zijn zus Petronella Aerthijs gehuwd met Willem Venmans. Bij het overlijden van Jan in januari 1885 gaat fl 100.000 naar Wilhelmina Venmans gehuwd met Willem Goossens en fl 100.000 naar de Hendrina Venmans gehuwd met Jan Truijen. Na het kinderloos overlijden van Wilhelmina in 1910 komt haar vermogen van fl 130.000 op dat moment, ook bij de kinderen van haar zus Hendrina. Deze laatste beschikken dan over een vermogen van meer dan fl 250.000.

Villa Truijen in Meijel


Conclusie

Het vermogen betreffende het onroerend goed van de familie Aerthijs (waarde 50.000 gulden) is deels verkregen door aankoop van heidegrond maar voornamelijk via erfenissen van familie Janssen (moederskant) van de Neerkant. Ook kan een gedeelte (50.000 gulden) van het geldelijke vermogen hieraan toegeschreven worden. Blijft over een vermogen van 100.000 gulden dat op andere wijze verkregen moet zijn. Dit vermogen is verkregen voornamelijk in de periode voor 1855 omdat men toen grote sommen geld is gaan uitlenen. Ook kan een gedeelte van het uiteindelijke vermogen verklaard worden door verkregen rendement via oa pacht en ontvangen renten.

Is het dan toch de schapenhandel, zoals in de volksmond op Ospel werd verteld, maar waarvoor op dit moment nog geen bewijzen zijn gevonden. Ik heb hiervoor diverse archieven onderzocht. Zoals van de Schaapcompagnie Merselo en Venray. Lijst van afgegeven paspoorten in het archief van de Gemeente Nederweert. In de 19e eeuw diende de gemeenten jaarverslagen te maken met betrekking tot de toestand in de gemeente ten behoeve van de provincie. Ook in deze verslagen van de gemeente Nederweert en de gemeente Weert is over grootschalige schapenhandel niets terug te vinden. Mogelijk vinden we nog een keer aanwijzingen voor deze handel in schapen.

[1] RHCL Maastricht 14.A003A, correspondentie Bisdom)
[2] Bij het huwelijk in 1694 was haar naam Helena Vaes of Heijl Vaes. In 1697 bij de geboorte van zoon Joannes was haar naam Helena Joosten. Bij de geboorte van de dochter in 1699 was haar naam weer Helena Vaes.
[3] Op twee plaatsen is de naam nog gebruikt. In 1630 in Bergen op Zoom: Cornelis Aerthijs getuigen bij doop en in 1664 in Hontenisse (Zeeland); Maeijken Aerthijs. Waarschijnlijk zijn dit eenmalige spellingsvarianten.
[4] “De Zuidwillemsvaart” 17 juni 1903.
[5] Vroeger was het niet ongebruikelijk dat een aantal kinderen ongehuwd bleven en bijvoorbeeld gezamenlijk de boerderij voortzette. Zelfs als deze ongehuwde personen al op hoge leeftijd waren, werd in de volksmond altijd nog gesproken over de “kinderen” om daarmee de gezamenlijkheid aan te geven. Zo is hier dus ook sprake van de “kinderen Aerthijs”.
[6] Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) Maastricht en Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) Den Bosch, burgerlijke stand (BS) uit archieven van de gemeenten Nederweert, Deurne en Liessel, Meijel en verder akten memorie van successie van de hiervoor genoemde personen.
[7] RHCL 01.008 schepenbank Nederweert 1419-1796, inv.nr. 28. ( alle 3 de akten komen uit de schepenbank).
[8] Mathijs Aerthijs met echtgenoot woont op Ospel. Het is daarom vreemd dat zoon Hendrik overleden is in Boket (Boeket). Mogelijk heeft de ambtenaar van de BS zich vergist met Aerthijs in Boeket of Rosveld.
[9] Gemeentearchief (GA) Roermond, akte notaris Milliard Roermond d.d. 24 april 1823.
[10] GA Weert, notarieel archief, notaris August Lodewijk Willem Hubert Bloemarts d.d. 31 maart 1826.
[11] Bij inventarisatie bevolking in 1820 is Hendrik knecht bij zijn oom Hendrik Aerthijs in het Rosveld. Als hij enkele jaren later gekeurd wordt voor de militaire dienst is zijn beroep eveneens knecht. Bij de inventarisatie bevolking in 1830 alsmede bij het opmaken van de Memorie van Successie van zijn vader Mathijs in 1829 is Hendrik niet aanwezig. Woont hij elders voor knecht  ( waar?) of is hij al voor de schapenhandel op pad?
[12] In het register van de burgerlijke stand van de gemeente Nederweert ontbreekt het gedeelte september 1806 tot en met december 1806.
[13] Zij verbleef vanaf 27 april 1909 tot haar overlijden in Huize Voorburg; BHIC 5060 inv.nr. 1046 gestichtsregister “Voorburg”, 164.
[14] Heemkundevereniging Medelo Meijel (website), Geschiedenis van Meijel “Het oude licht tegen het nieuwe licht”, hoofdstuk 30, p 190 – 195.
[15] https://www.oosnaer.nl/genealogie/persoon/041403/ geraadpleegd 15 juni 2018.
[16] Medegedeeld door de heer A. Bruekers te Ospel.
[17] Zie voor een korte levensbeschrijving van Jan Truijen: https://medelo.nl/images/files/787-Villa_Truijen.pdf en ook meer over hem en zijn nageslacht in: J. Truijen, Genealogie van de familie Truijen, Truijens en Troeijen (1450-2010), Weert 1011, 145 e.v.
[18] Ibidem, “Jan Truijen, Meijelse mens, groot Limburger”, hoofdstuk 34, 214 – 219, en de Genealogie van de familie Truijen.
[19] Zie hiervoor: https://medelo.nl/images/files/787-Villa_Truijen.pdf; in de akte van de burgerlijke stand staat hierover niets.
[20] Zie hiervoor: https://medelo.nl/images/files/787-Villa_Truijen.pdf.
[21] Conform het Keizerlijk Decreet op de Kerkfabrieken van Napoleon (30-12-1809).
[22] Groep wijze mannen Ospel 1862; dit waren J.M. op `t Root (Nieuwstraat), P.J. Coolen woordvoerder (touwslager op de Klaarstraat), Hendrik Meeuwis (Horik), P.J. Joosten (Ospel) en P.J. van Laer (Waatskamp).
[23] Nog heel lang werd in deze streken gerekend met de franc; 1 franc was 0,476 gulden.
[24] De opbrengst van de collecte is 13.416,08( fl 6388,57) als volgt verdeeld over de gehuchten; Ospel  6850 fr (3262 gulden), Klootspeel 1274,48 , Meyelse Dijk 205,60 , Nieuwstraat  505,90  , Horik 1602,08  , Klaarstraat         1044,00  ,  Kreijel  1520,00 en de Waatskamp      1465,00. Deze bedragen geven een indicatie van de omvang van de gehuchten en de welgesteld van de bewoners hiervan.
[25] RHCL, 14.A003B parochiedossiers van het Bisdom Roermond inv.nr. 2228; Jaarrekeningen parochie Ospel 1864-1880.
[26] In de gemeente Nederweert woonde er rond 1800 een gezin Paulus. In het GAN inventarisatie bevolking 1796 vinden we onder Heersel, het gehucht Ospel viel daar ook onder, op no 2312 Jean Paulus (35 jr cultivateur) gehuwd met Guililmina (Wilhelmina) Koppen ( 33 jr sa femme) en Guillaume Koppen ( 39 jr knecht). Deze laatste was een broer van Wilhelmina. Dit echtpaar woonde naast Jean Vluts en Gabrielle Gutjens. Zij hadden 6 kinderen waarvan het tweede kind Wilhelmus was en gedoopt op 28-8-1796. Opmerkelijk is dat van alle personen in het gezin meer informatie te vinden is zoals overlijden enz. Alleen van Willem zijn verder geen gegevens te vinden) De oudste zoon van het echtpaar Paulus-Koppen was Joannes geboren op 21-12-1793. Deze is in 1818 gehuwd met Jeanne Marie Seerden en op 14-6-1825 kregen ze een zoon genaamd Wilhelmus (Willem). Dit echtpaar woonde op de Waatskamp waar ook hun ouders woonde. Zeer waarschijnlijk gaat het om de Willem van 1825.  Ook hiervan is geen overlijdensakte.
[27] Erfgoedcluster Weert; Gemeentearchief inv.nr. B.1.20, Archief Vermeulen Orgelbouw Weert.
[28] RHC Eindhoven; 12.0 51 inv.nr. 27, Archief klokkengieterij Petit en Fritsen Aarle Rixtel.
[29] GA Nederweert: Archief 1795-1938.
[30] RHCL, 14.A003B inv.nr. 2227.
[31] GA Nederweert: Archief 1795-1938, stukken 92 (kieslijsten) en 671-673 (processen-verbaal verkiezing en benoeming raadsleden 1838-1931.
[32] RHCL, 09.008 Notarieel Archief inv.nr. 8452 notaris Antoon Haffmans Helden d.d. 17 september 1881.
[33] RHCL, 01.008 Schepenbank Nederweert, 1419-1796, inv.nr. 28.
[34] GA Nederweert: Archief 1795-1938, stuk 92.
[35] Niet gehuwd; geen kinderen en een boerderij van meer dan gemiddelde omvang.
[36] GA Nederweert: Archief 1795-1938, stukken 55 t/m 70 (gemeenteverslagen 1851 e.v.) en 1310, 1311, 1318.
[37] RHCL, 09.008 Notarissen in de arrondissementen Maastricht en Roermond, 1842-1895; Nederweert Le Brun, J.Th. (8749: 1879 + repertorium).
[38] Idid: Helden Haffmans A.L.L. (8452: 1881 2e halfjaar).

Kapelanie Ospel.

In oktober 1885 wordt de eerste kapelaan benoemd op Ospel. Het is Clemens van de Velde, geboren in 1859 te Horst. Hij gaat wonen in het huis van Jan Aerthijs dat sinds zijn overlijden op 11 januari 1885 leeg staat. De Parochie huurt dit huis van de eigenaar Jan Truijen uit Meijel. Is het toevallig dat de kapelaan hier gaat wonen. Om meerdere reden niet. Het is voor een kapelaan een voldoende behuizing vlakbij de pastorie. Maar er kan nog een andere reden zijn. Clemens van de Velde is familie van Jan Truijen. Hij is een zoon van Frans van de Velde gehuwd met Maria Elisabeth Goossens. Frans is

burgemeester van Horst en Maria Elisabeth is een zuster van zijn zwager Willem Goossens. Willem was gehuwd met een zus van Jan Truijen zijn vrouw. Dus dat de kapelaan in het huis van Jan Truijen gaat wonen kan ook in familieverband zijn geregeld. In 1906 koopt de parochie de kapelanie voor el 2050. ER wordt niet direct betaald maar de parochie leent het geld van Jan Truijen en betaald hiervoor jaarlijks fl 72 rente ( dit is 3,5%, beslist niet hoog).

kapelanie in 2018 

Familie Goossens Meijel.

Zoals hiervoor al aangegeven had het echtpaar Willem Venmans gehuwd met Petronella Aerthijs 2 dochters waarvan Hendrina gehuwd was met Jan Truijen. De andere Wilhelmina was gehuwd met Willem Goossens oa vooraanstaand boer in Meijel, molenaar en enige tijd burgemeester van Meijel. Hij was zeer vermogend en het echtpaar had geen kinderen. Als Willem Goossens in 1903 overlijdt heeft het echtpaar een vermogen van fl 230.000. ( hierin zit dus ook de erfenis van de familie Aerthijs van fl 100.000). Van dit vermogen gaat fl 100.000 naar de familie Goossens. Kapelaan C van der Velde krijgt het vruchtgebruik van fl 50.000 ( waarde op jaarbasis ongeveer fl 2000 waarvan hij weer fl 500 moet uitkeren aan zijn zus Maria). Bij het overlijden van Wilhelmina in 1910 gaat haar vermogen van fl 130.000 naar de kinderen van Jan Truijen.

Reageren is niet mogelijk.