De familie Aerthijs Ospel.

De familie Aerthijs Ospel.

Het ontstaan en verdwijnen van de naam Aerthijs in Nederweert en Ospel en de betekenis van de familie Aerthijs voor de oprichting van de parochie Ospel in 1864.

Lezing door; Henk Hermans gehouden op 10 oktober 2017 in het Haazehoof aan het Aerthijsplein te Ospel.

In Ospel is het plein in het centrum genoemd naar de familie Aerthijs, het Aerthijsplein. Waar nu het plein is, lag vroeger de boerderij “Bi-j Haaze” waarop lange tijd de familie Aerthijs woonde. Deze familie heeft veel betekent voor de oprichting van de parochie Ospel in 1864. Veel meer dan dit weten de meeste bewoners van Ospel niet over de familie. Overigens komt de familienaam Aerthijs in Ospel en omgeving niet meer voor.  Waar is deze familie gebleven en wat hebben ze gedaan voor de oprichting van de parochie. En waarmee hebben ze hun vermogen verdiend.

De naam Aerthijs.

De naam Aerthijs is ontstaan in de periode 1700-1800. De (voor)naam Thijs kwam hier veel voor evenals de (voor)naam Aert. Dus Aert van Thijs werd opgeschreven als Aert (van)Thijs en als deze weer een zoon had bijvoorbeeld Joannes dan werd dit Joannes (van) Aert (van) Thijs. Als men dit uitspreekt dan is het voor de hand liggend dat een pastoor of een ambtenaar van de Burgerlijke Stand, Aerthijs verstond en dit ook opschreef in het doop of trouwboek. Op deze wijze is na 1700 in Nederweert de achternaam van Tijs veranderd in Thijs en daarna in Aerthijs.

De naam Aerthijs is inmiddels geheel verdwenen. De tak omvatte 22 personen. De laatste “mannelijke” Aerthijs is overleden in 1885 en de laatste “vrouwelijke” Aerthijs in 1915. Nergens ter wereld komt de naam Aerthijs nog voor.

__________________________________________________________________________________

De familie Aerthijs die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de oprichting van de parochie Ospel zijn de kinderen van Mathijs Aerthijs, gehuwd met Petronella Janssen van de Neerkant, welke op Ospel woonde op de boerderij “Bi-j Haaze”. Het zijn Hendrik (1804-1878), Joannes (Jan 1806-1885), Dina ( 1808-1878) en Petronella ( 1811-1881). De oudste 3 waren vrijgezel en hebben tot hun overlijden samen op Ospel gewoond. De jongste, Petronella is al op jonge leeftijd vertrokken naar oom en tantes van moederszijde, Janssen op de Neerkant.

Betekenis voor de kerk op Ospel.

Bij de oprichting van de parochie Ospel werd er ten behoeve van de bouw van de kerk een grote collecte gehouden.  Een groep “wijze mannen” ging vervolgens alle huizen in alle gehuchten van Ospel af voor een vrijwillige bijdrage.  Deze collecte leverde 13.416 francs op oftewel fl 6388 waarvan de helft uit het (toen nog) gehucht Ospel zijnde fl 3262. Ospel was weliswaar het grootste gehucht met de meest draagkrachtige inwoners. Maar aangenomen mag worden dat de familie Aerthijs in deze collecte een belangrijke bijdrage heeft gedaan.

De pastorie is gebouwd op grond van de familie Aerthijs die deze aan de gemeente verkocht hebben voor fl 70,- (14.45 roeden). In 1865 is gestart met de bouw van de kerk die begroot was op fl 34.400. Naast de opbrengst van de reeds in 1862 gehouden collecte en subsidies leende de parochie fl 3750 van de familie Aerthijs. Op deze lening is enkele jaren afgelost, totaal fl 484,- en de rest is in 1879 kwijtgescholden.

Orgel.

Voor de oorlog (WO II ) stond er in de kerk een orgel waarop een naamplaatsje bevestigd was met de opschrift ( Aerthijs CS). Dit orgel is in de oorlog, door zware schade aan de kerk, verloren gegaan. Uit dit opschrift was op te maken dat de familie Aerthijs een belangrijke (financiële) rol heeft gespeeld bij de aanschaf van het orgel. In 1881 heeft de familie Aerthijs de opdracht gegeven tot de bouw van een orgel voor het bedrag van fl. 2435,- en dit te plaatsen voor 1 september 1881 in de kerk te Ospel.

Klokken.

In de kerk heeft vanaf het begin een klein klokje gehangen bij de ingang van de sacristie. Na enige jaren is daar nog een grote klok in de toren bijgekomen.  Echter van de plaatsing van deze klok zijn geen bewijzen gevonden.   Wel is er op 6 oktober 1876  in de gemeenteraad van Nederweert een verzoek behandeld van de pastoor van Ospel voor fl. 600 subsidie voor de aanschaf van een klok. Het voorstel wordt niet aangenomen. De klok is er gekomen en is betaald door particulieren en we mogen aannemen geheel of voor een groot deel door de familie Aerthijs.

Schilderwerk en gebrandschilderde ramen.

In 1884 besluit het kerkbestuur (pastoor Vullers !) de kerk te schilderen oftewel te polychromeren.  De familie Aerthijs heeft hieraan een financiële bijdrage gegeven van fl. 600,- (totale kosten fl. 1562).

Verder diende er in de kerk nog gebrandschilderde ramen te komen. Parochianen konden een raam “adopteren”.  fl. 100,- voor een klein raam en fl. 850 voor een groot raam. De lijsten van adoptanten is verloren gegaan maar aangenomen mag worden dat de familie Aerthijs gezien haar positie minstens een groot raam voor hun rekening hebben genomen.

En verder.

St Josephgesticht Nederweert

In de Raad van Beheer van het St Josephgesticht zat pastoor Vullers uit Ospel. Deze heeft waarschijnlijk een beroep gedaan op de familie Aerthijs waarna (Jan) Aerthijs in 1884 fl. 500 heeft geschonken aan dit gesticht.

Lid Kerkfabriek

Hendrik Aerthijs werd door de bisschop (op voordracht van de pastoor) benoemd in de Kerkfabrieksraad en als kerkmeester. Van beide colleges was hij 12 jaar lid.

Lid Gemeenteraad Nederweert

Jan Aerthijs doet in 1855 mee aan de verkiezing van de gemeenteraad van Nederweert en wordt gekozen en zal tot 1873 lid blijven. In dat jaar had hij onvoldoende stemmen om herkozen te worden.

Totale inzet familie Aerthijs.

Naast de bestuurlijke inzet, Jan 18 jaar lid van de gemeenteraad en Hendrik 12 jaar lid van de kerkfabrieksraad en kerkmeester, hebben ze een aanzienlijke som geld gegeven t.b.v. de oprichting van de parochie.  Met archiefstukken onderbouwd;

  • Lening aan de kerk kwijtgescholden fl. 3266
  • Orgel fl. 2435
  • Schilderwerk fl. 600,-
  • Totaal fl. 6301.

Verder mag aangenomen worden dat ze een bijdrage van wellicht fl. 1000 hebben gegeven aan de eerste collecte in 1862. Een klok van fl. 750,-  gebrandschilderde raam fl. 850,- en de bijdrage in het St Josephgesticht fl. 500. Dus totaal een bedrag van fl. 9.000 tot fl. 10.000. In de periode 1860-1885 was dit een astronomisch bedrag als men weet dat de gemiddelde boerderij hier toen fl. 2500 tot fl. 3000 waard was.

Vermogen familie Aerthijs.

De eerste gegevens die we terugvonden inzake de financiële positie van de familie treffen we aan in de Schepenbank van de Gemeente Nederweert van 1853. Daar vinden we een akte waarin staat dat Hendrik Aerthijs mede namens zijn zoon Joannes de helft van zijn boerderij in het Boeket verkoopt voor fl. 400,- Dus van rijkdom of welgesteldheid is hier nog geen sprake. Joannes heeft 3 zonen waarvan er twee (Hendrik en Pierre) begin 1800 al tot de meer welgestelde boeren behoren, wellicht door hun huwelijk. Als de echtgenoot van Mathieu (Petronella Janssen) in 1824 komt te overlijden bezitten zij de boerderij “bi-j Haaze” op Ospel met bijna 13 ha land. Na het overlijden van Mathieu in 1829 zetten de kinderen de boerderij voort, waarvan de 3 oudste vrijgezel zijn en de jongste Petronella huwt met Willem Venmans uit Meijel. Ze kopen met enige regelmaat grond en lenen geld uit aan boeren in de omgeving. Vanaf 1850 zien we een trendbreuk. Dan worden grote bedragen geld uitgeleend. In 20 jaar tijd bijna 100.000 gulden. In de volksmond op Ospel wordt verteld dat ze geld verdiend hebben met de schapenhandel, maar hiervoor zijn geen bewijzen gevonden. Wel hebben de “kinderen” veel ge-orven van de familie Janssen (van moederskant) Neerkant. Daar waren 4 kinderen waarvan alleen Petronella gehuwd was (met Mathieu Aerthijs). Een broer van Petronella was koopman en toen deze stierf in 1859 liet hij een vermogen na van fl. 59.000.

Conclusie.

Het totale vermogen in 1881 van fl. 200.000 kan m.b.t. het onroerend goed (waarde 50.00O gulden) is deels verkregen door aankoop heidegrond maar voornamelijk via erfenis van de tak Janssen (moederskant) van de Neerkant. Ook kan een gedeelte (50.000 gulden) aan geldelijk vermogen hieraan toegeschreven worden. Blijft over een vermogen van 100.000 gulden dat op andere wijze verkregen moet zijn. Is het dan toch de schapenhandel, zoals in de volksmond op Ospel werd verteld, maar waarvoor geen bewijzen zijn? Hopelijk vinden we daar in de archieven nog eens aanwijzingen voor.

Reageren is niet mogelijk.
%d bloggers liken dit: