Gevolgen eerste wereldoorlog voor de grensregio in Limburg

Gevolgen eerste wereldoorlog voor de grensregio in Limburg

Gevolgen eerste wereldoorlog voor de grensregio in Limburg.

Onder deze titel hield Theo Schers, werkzaam bij het Erfgoedcluster Weert, op dinsdag 7 oktober een inleiding. Het werd een verhaal waarbij het accent zeer sterk lag op de heemkundige aspecten en minder op de geschiedkundige invalshoek. Wat merkte de bevolking in Weert en Nederweert van de oorlog die vooral in het zuidwesten van België en het noorden van Frankrijk werd uitgevochten. Omdat Nederland neutraal was denken velen dat de oorlog aan Nederland voorbij is gegaan, maar dat was bepaald niet het geval.
Theo Schers belichtte vooral de volgende aspecten;
– Mobilisatie en de migratie van militairen in Nederland.
– Vluchtelingen uit België en noord Frankrijk.
– Smokkel, deserteurs en de “dodendraad”.

Periode tot 1914.
Toen de spanningen in Europa toenamen ging ook Nederland zich mobiliseren en jonge mannen onder de wapenen roepen om de grenzen te bewaken en te verdedigen. Veel jonge mannen die al in dienst waren geweest ( en inmiddels al gehuwd waren en kinderen hadden) werden weer opgeroepen voor militaire dienst. Voor het gezin had dit een grote impact. Veel soldaten van hier werden elders gelegerd en soldaten van elders kwamen hier. Openbare gebouwen werden voor het inkwartieren van soldaten geconfisqueerd. Zo ook zaal “Prins Hendrik” in Nederweert. Ook werden soms scholen hiervoor gebruikt. Deze toename van jonge mannen van elders in vaak kleine dorpen gaf soms overlast en moest de burgemeester ingrijpen.

Vluchtelingen.
Bij de aanvang van de oorlog maar vooral toen de gevechten in België heviger werden vluchtte velen naar het neutrale Nederland. In totaal waren er ongeveer 1 miljoen vluchtelingen in Nederland op een inwoneraantal van ruim 6 miljoen. In Weert waren er op een gegeven moment 967 op een inwoneraantal van ruim 6 duizend. Dit grote aantal werd een probleem.
De vluchtelingen werden ingedeeld in “behoeftigen” en in “gegoede” vluchtelingen. De gegoede diende zich zelf te redden en de behoeftigen kregen ondersteuning in de vorm van huisvesting en voedsel. In eerste instantie kwamen deze vluchtelingen natuurlijk aan in de grenstreek, zoals Weert, maar later werd er pressie uitgeoefend om terug te keren naar België of ze werden verspreidt over Nederland. Dus in de jaren 1915 en 1916 werd het “vluchtelingenprobleem” in Weert en omstreken minder. Echter toen de gevechten in 1918 heviger werden, vooral in Noord Frankrijk, kwamen er veel vluchtelingen/ evacuees uit die streek naar Weert. Mede als gevolg van de Spaanse griep zijn er toen een aantal overleden en begraven op de begraafplaats in Weert, waar later voor deze overledenen ook nog een monument is opgericht.

Smokkel, deserteurs en de “Dodendraad”.
Over de smokkel welke in die tijd welig tierde is officieel weinig bekent omdat het uiteraard een illegale activiteit betrof. Uit overlevering zijn wel enige verhalen in omloop. Deserteurs uit zowel België als het Duitse leger werden in Nederland geïnterneerd in kampen. Later toen er grote behoefte aan arbeidskrachten ontstond, omdat veel jonge mannen in het lager zaten, werden deze ook ingezet bijvoorbeeld in de mijnen en ook in fabrieken o.a. in Weert. De “dodendraad” is een verhaal apart met ook weer grote invloed op de directe leefomgeving van diegene die vlakbij de “draad” woonde. Als gevolg van deze draad die liep van Vaals tot aan de Zeeuwse kust was er geen enkel verkeer meer mogelijk tussen Nederland en België.

Reageren is niet mogelijk.
%d bloggers liken dit: