Van molenaar tot bedelaar

Van molenaar tot bedelaar

“Van Molenaar tot Bedelaar”

Lezing door de heer Henk  Hermans dd. 07-02-2012

Tekst : L. Vossen-Creemers, foto: T. Geuns, illustratie ter beschikking gesteld door H.

Als inleiding op zijn lezing gaf Henk een overzicht van de molens in het Weerterland voor de Franse Tijd (1796-1813) toen de molens in bezit waren van adellijke personen en door molenaars voor een bepaalde tijd gepacht werden. Dit waren z.g. banmolens waar men verplicht was om het graan te laten malen. Na die periode kwamen de molens in particuliere handen maar ook nu moesten ze door de molenaars gepacht werden. Het maalloon werd in natura uitbetaald; de molenaar kreeg 1/16 deel van het gemalen graan als scheploon.

Ook liet Henk zien dat in het Weerterland t.g.v. het groot areaal aan vruchtbare gronden relatief veel molens voorkwamen.  In totaal hebben er 29  windmolens gestaan en daarnaast nog meerdere watermolens en rosmolens.

Bij zijn genealogische zoektocht naar de familie Hermans in Nederweert bleek dat in een zijtak veel molenaars voor kwamen.

De nazaten hiervan zijn als molenaar uitgezwermd over Nederland  van Amsterdam tot Maastricht. Voor een genealoog zijn molenaars geliefd omdat veel over hen bekend is.

Niet alleen de doop-, huwelijks- en overlijdensaktes zijn beschikbaar maar ook vaak pachtcontracten, rechtbank verslagen van processen die gevoerd werden, erfeniskwesties enz.

Een molenaar was een vrij bemiddeld iemand want hij had een molen in bezit of hij beschikte over voldoende financiën om een molen te kunnen pachten.

Een molen werd begin 19e eeuw gewaardeerd op 4500 gulden, terwijl een grote boerderij en bijbehorend akkerland in die tijd een waarde had van ca. 2500 gulden.

Bij zijn zoektocht  in de archieven vond hij het gezin Hermans-Kluskens ( 5 zonen en 3 dochters) uit Nederweert. Deze familie was voor kortere of langere tijd actief op 9 molens. Meer dan 200 informatiebronnen zijn hiervan beschikbaar zodat een redelijk beeld van de levensloop van dit gezin geschetst kan worden. De op een na jongste zoon, Henricus Hubertus Hermans (1798-1862) was molenaar op de Roevenwaerdtmolen. Deze molen werd afgebroken vanwege de aanleg van de Zuid Willemsvaart. Deze afbraak is niet zonder slag of stoot gegaan, zoals uit de archieven is gebleken. Er is ongeveer 15 jaar over geprocedeerd. Daarna  bouwde hij de molen de   “Zeldenrust” in Nederweert-Eind. Om diverse redenen zijn van deze molenaar veel archiefstukken bekend waardoor een goede schets van zijn leven gegeven kan worden.

Aanvankelijk ging het de “mölder” voor de wind. Niet alleen had hij de “Zeldenrust” in bezit maar daarnaast een rosmolen, een peltmolen en een grote boerderij. Maar na het overlijden van zijn echtgenote en om de erfenissen te kunnen uitbetalen moest hij bezittingen verkopen. Daarnaast kreeg hij waarschijnlijk concurrentie van in de omgeving gebouwde nieuwe molens. Het droevige einde van Henricus Hubertus was eenzaam; hij overleed in een kippenhok op ‘t Staat.

Kortom het verhaal van een succesvol molenaar die aanvankelijk veel investeerde maar na “goede en slechte tijden” uiteindelijk nagenoeg aan de bedelstaf raakte.

De lezing “Van Molenaar tot Bedelaar” was een zeer indrukwekkend verhaal wat zich in onze omgeving heeft afgespeeld. Bij zijn presentatie maakte Henk gebruik van foto’s van nog bestaande gebouwen die in het verhaal een rol speelden waardoor de aanwezigen zich goed in het verhaal kon inleven.

Namens de 65 aanwezige toehoorders werd Henk dan ook door de voorzitter hartelijk bedankt.

 

Reageren is niet mogelijk.
%d bloggers liken dit: