Geschiedenis “Pand Diverso” Nederweert

Geschiedenis “Pand Diverso” Nederweert

RESTAURANT  DIVERSO

De geschiedenis van het pand, haar bewoners in hun omgeving

Het Restaurant Diverso in Nederweert wordt gedreven door  Caspar Kessels, John Beijes en Kitty Verspagen.

Je kunt er heerlijk eten in een historische omgeving.

Het pand Brugstraat 44 kent een lange geschiedenis die nauw verbonden is met het dorp  Nederweert en haar bewoners.

Het begint allemaal met Mathijs Coumans (1786-1860).

De familie Coumans is een oud Nederweerts geslacht . Het vroegst is gesignaleerd Peter C. (ca. 1540-1610), die woonde op Rosvelt op de Coumushoeve. De plek waar nu de familie Stals woont. Hun na WO II gebouwde boerderij  siert zich met de naam Coumus Hoeve. Overigens was er tot voor ongeveer 1960 nog een Coumushoeve op Rosveld n.l. op de plek tussen Mc Donalds en de A2.

Na 7 generaties werd Andries Coumans in 1755 in Nederweert geboren uit het echtpaar Coumans-Clephas. Hij belandde in Boven Leeuwen in Gelderland, het land van Maas en Waal, vermoedelijk i.v.m. werk. Hij trouwde daar in 1781 met Maria van Well. Hij trouwde in de R.K. Kerk maar ook ten overstaan van de Dominee in de Nederduits Gereformeerde Kerk. Gelderland behoorde tot de Republiek der Verenigde Nederlanden en een huwelijk in een R.K. Kerk was niet rechtsgeldig. Nederweert maakt toen deel uit van het Oostenrijks Opper Gelre, waar dat dus niet gold.

Andries keerde met zijn gezin  ca. één jaar na de geboorte van hun derde kind Mathijs (1786-1860) terug naar Nederweert en vestigde zich in de Koolensteeg, de huidige Burg. Greijmanstraat. Hij begon een bakkerij in het pand waar nu het café “de Kleine Winst” wordt uitgebaat. Zoon Mathijs ging het voor de wind. Hij bezat een houtzaagmolen, stichtte de St. Annamolen aan de Bredeweg, was eigenaar van een smederij, bezat diverse huizen en vele percelen grond van allerlei aard. Hij was 5 jaar gemeenteraadslid en 10 jaar schepen.

Het echtpaar Mathijs Coumans en Maria Catharina Peeters woonde met hun 8 kinderen in de molenaarswoning “De Houtmolen” aan de toenmalige Weerter steeg op de plek waar nu de Paulus Holtenstraat en de Houtmolen kruisen. Veel later woonde er onderwijzer en schrijver Herman Maas, waarover onze voorzitter een inleiding heeft gehouden.

Drie zoons bleven ongehuwd, werden alle drie molenaar en bleven op “de Houtmolen” wonen.

Wanneer en van wie Mathijs Coumans de grond waarop het huidige pand Diverso staat, kocht weten wij niet. Wel dat hij het als landbouwgrond aangeduide perceel reeds in 1844 in bezit had. De grootte bedraagt 1950 m2 en is gelegen aan de Sluis 15 van de Zuid-Willemsvaart. In 1857/1858 laat hij op deze strategische plek een beeldbepalend huis met aangehorigheden bouwen. In januari van dat jaar 1857 trouwt ook zijn 7e kind Peter Joseph (1824-1893)  met onderwijzersdochter  Maria Agnes Poell (1832-1888).  Het gebouw vertoonde opvallende gelijkenis met een tweetal panden zoals die toen in de Kerkstraat stonden. Het pand Thomassen (nu Hema) voordat het begin twintigste eeuw een totaal ander aanzien kreeg.

Het was indertijd eigendom van het echtpaar Hobus-Coumans (zwager en zus van Peter Joseph). Dochter Petronella Catharina (Cato) Hobus trouwde met de uit Swalmen afkomstige Arnoldus Antonius Thomassen.  Ook het afgebroken pand waar toentertijd het café  en sociëteit “De Adelaar” (Harry Hobus, zoon van H Hobus en JC Coumans) was gevestigd en waar later Louis Boonen woonde, was van gelijke architectuur . Het waren grote panden gebouwd in een eenvoudige maar robuuste stijl met poort en bijgebouwen. Zij waren bruikbaar voor meerdere doeleinden. Zoals boerderij, café annex brouwerij en logement, of winkel, melkslijterij , leerlooierij en uiteraard woonhuis.

Mathijs heeft niet lang van de nieuwe woning kunnen genieten, hij overleed in 1860 op 74 jarige leeftijd. Hij zal het dus wel voor zijn zoon Peter Joseph hebben laten bouwen. Blijkens het geboorteregister werd het eerste kind van het echtpaar Coumans-Poell, Anna Catharina  op 24-3-1858 geboren in de Kerkstraat en het tweede kind Joannes Mathijs op 20-5-1859 in de Brugstraat (op Staat).  Daartussenin moet de verhuizing hebben plaats gevonden. Dus 12 van de 13 kinderen werden in het grote huis in de Brugstraat geboren.  Het gebouw was in eerste opzet boerderij, café, herberg, met een eigen brouwerij, genaamd “De Drie Kroonen”.  Het gebouw had tot voor de meest recente (2017) verbouwing een grote vlakke zolder over de lengte van het hele pand. Slechts één schoorsteen onderbrak de ruimte. Waarschijnlijk was het een “eestzolder”, een droogzolder ten behoeve van de brouwerij. Harrie Houtappels een latere eigenaar en restaurateur vertelde mij dat hij nog graankorrels heeft aangetroffen in de kieren tussen vloerplanken. De bebouwing betrof een soort carré met weiland en groentetuin.

Mathijs en zijn zoon Peter Joseph hadden de plek goed gekozen, gelegen aan Sluis 15 van de Zuid-Willemsvaart. Door de scheepvaart geïnitieerd vond daar steeds meer bedrijvigheid plaats. De verbinding van het zuiden, denk daarbij vooral aan Luik, via de Zuid-Willemsvaart met de Maas boven Den Bosch en Rotterdam had voor de scheepvaart grote voordelen vergeleken met de route via de slecht bevaarbare Maas. Het ging twee tot drie keer sneller via het kanaal. Dat betekende een drukke scheepvaart en veel schepen die door de kleine sluis moesten. Dat leverde aanzienlijke wachttijden op en door de schipper en zijn vrouw werd dan van de nood een deugd gemaakt door ter plaatse allerhande zaken te regelen. Dat was goed voor de middenstand zoals bakker, brouwer, kruidenier, slager, leerbewerker, touwslager, smid en ook (later) de dokter. Bovendien hadden meerdere schippers hun dochters ondergebracht bij de nonnen in het gesticht, die hadden toen nog wat ruimte over en de meisjes bezochten de plaatselijke lagere meisjes school. Zo konden de ouders contact met hun dochters onderhouden. De schepen waren toen nog niet gemotoriseerd en werd er gezeild of gejaagd. D.w.z. dat het schip getrokken werd door een paard dat over het z.g. jaagpad liep. Wij moeten ons daarbij bedenken dat toentertijd het waterpeil veel hoger was. Ik kom hier later nog op terug.

Terug naar de bewoners van het huidige pand Diverso.   Peter Joseph de brouwer was evenals zijn vader een ambitieus man.  In 1848 solliciteerde hij, 23 jaar jong, naar de functie van gemeentesecretaris. Het ging niet door omdat de vacature kwam te vervallen, maar het tekent wel zijn ambitie en doet ook vaardigheden vermoeden die bij zo’n ambt horen.

Wel was hij 25 jaar lid van de gemeenteraad en 23 jaar lid van het Kerkbestuur eerst als penningmeester en later als president. Peter Joseph boerde goed en genoot aanzien. Hij droeg bij aan de achtenswaardigheid van het geslacht Coumans. Ook zijn broers en zussen lieten zich daarin niet onbetuigd.

Zus  Johanna Catharina (1817-1880) trouwde met Henricus Hobus (1813-1872), koster en succesvol ondernemer. De jongste, Godefridus Hubertus (1827-1911) bleef ongehuwd en was president van het Burgerlijk Armbestuur en prefect van het Aartsbroederschap van de Heilige Familie en weldoener van de Rooms Katholieke Kerk. Bij het vernieuwen van de torenspits in 1900 naar ontwerp van de architect Cuypers werd het kruis op de spits gesmeed door P. Geusens en betaald door Godefridus Coumans. Hij zou ook nog een glas-in-lood raam geschonken hebben.

Het echtpaar Coumans-Poell kreeg in totaal  13 kinderen, van wie er 4 jong overleden.

Drie kinderen trouwden en verlieten Nederweert.  Vier bleven ongehuwd  in het pand aan de sluis wonen. Twee kinderen trouwden en bleven in Nederweert. Van die laatste twee trouwde als eerste Maria Margaretha met Jan Mathijs Fijen. Hun zoon Johannes Maria werd eerst elders notarisklerk , daarna was hij enige tijd gemeentesecretaris in Nederweert. Later had hij een boekhoud- en assurantiekantoor.

Als tweede trouwde Peter Henricus (1863-1918). In 1879  had hij , nog geen 16 jaar oud,

het ouderlijk huis in de Brugstraat verlaten en ging hij bij zijn 3 ongehuwde ooms op de Houtmolen (Weertersteeg, nu Paulus Holtenstraat) wonen. Toen 2 van zijn ooms overleden en de 3e vertrok bleef hij in de  oude molenaarswoning wonen. De houtzaagmolen zou in 1890 worden afgebroken.

Hij trouwde in 1900 met slagersdochter Maria Antonetta Lormans (modiste), die bij hem introk. Hun oudste kind Zjef (J.H.H.) werd procuratiehouder en later directeur van het Weerter grossierbedrijf  H.I.M.A. Kind 2 is Maria (A.M.A.H.). Het derde kind, een meisje overleed op 1-jarige leeftijd en kind 4 is Harry (P.J.H.A.).  Het echtpaar verhuisde in 1905 van het molenaarshuis in de Weertersteeg naar de Kerkstraat.

Peter Henricus overleed in 1918 op 55 jarige leeftijd. (Spaanse griep ?) . Zijn weduwe bood in 1920 gastvrijheid aan kostganger Piet J. van de Wouw. Deze was als jonge dokter door de gemeente aangeworven vanwege de ontoereikende medische zorg die de oude dokter Schmidt bood. Kind 2, dochter Maria, onderwijzeres, trouwde met deze jonge dokter . Hun zoon Hans heeft tot lang nadien het werk van zijn vader Piet voortgezet.

Kind 4, zoon Harry,  is voor veel Nederweerter mannen van enige leeftijd een goede bekende. Harry Coumans was lange tijd onderwijzer op de jongensschool in Nederweert en actief in het verenigingsleven o.a. op het gebied van toneel (Merefeldia). Hij schreef ook een loflied op Nederweert. Hij woonde in Weert op de Biest.

In het ouderlijk huis aan Sluis 15 bleven dus 4 ongehuwde kinderen van het echtpaar Coumans-Poell wonen. Dat waren :

Petronella Hubertina (Hubertien) 1861-1940

Peter Johannes (Zjang of Jef ?)  1865-1929

Petrus Caspar  (Pierke)  1868-1952

Anna Gertuda (Anna)   1870-1949

De zussen Hubertien en Anna dreven, met behulp van hun broer Pierke, het logement, vernoemd naar de brouwerij “De Drie Kroonen”.

De Zuid-Willemsvaart werd tussen 1822 en 1826 door Koning Willem I aangelegd. Het was een aftakking van het Grand Canal du Nord, waarvan  Napoleon de voortzetting van Beringen naar Venlo in 1811 had stop gelegd. Pas in 1852 werd het traject Nederweert – Beringen ten behoeve van de exploitatie van turf verder uitgegraven en heet dan Noordervaart.

De verbinding van de Noordervaart met de Zuid-Willemsvaart liep over  het huidige Steer en mondde een honderdtal meters ten noorden van sluis 15 uit in de Zuid-Willemsvaart. Het waterpeil was toen 4,85 hoger dan nu. De sluis had een ophaalbrug en in het verlengde ervan lag er een draaibrug over de Noordervaart.

Het was een fraai ensemble, de sluis met de twee sluiswachtershuisjes, het café restaurant de “Drie Kroonen” en het daartegenover gelegen schipperscafé van Cato Vossen-Coumans, een volle nicht van de “kinderen Coumans”.

Door de drukke scheepvaart en het langdurig schutten in de kleine sluis ontwikkelde zich in de nabije omgeving ervan veel economische activiteit. Veel middenstanders pikten een graantje mee. Zoals  café, logement “Onder de Linden” van Frans Boekhorst en Katrien Nies, met paardenstalling. Daarnaast lag de lijnbaan van een touwslager en daar weer naast de kleermakerij van Bearke Legros (de vader van kastelein Legros met dezelfde voornaam).In de Brugstraat lag de winkel van Drica Pleunis-van Lierop (Klokke Drica), die de basis legde voor het huidige modehuis Pleunis, de slagerij Lormans etc.  verder waren er de vele café’s in de directe omgeving van de sluis (10 !) en de kuiperij van Peulen.     Natuurlijk had ook dokter Schmidt de bouw van zijn romantische dokterswoning strategisch gekozen.   Aan de overkant van beide kanalen prijkten rechts de graanmolen annex handel van Peerke Trouwen (later smederij Cox), de fraaie St. Rochuskapel en links het café en aannemersbedrijf van Jan Nijskens.  Iets verderop aan de rechter kant  danszaal “de Metser”, waar later Pierre Sneijers een rijwielzaak begon, die werd voortgezet door Toon Janssen.

In 1922, honderd jaar na de start van de aanleg van de Zuid-Willemsvaart veranderde alles door de aanleg van het kanaal Wessem-Nederweert. De sluis werd ca. 1 km in de richting van Weert verplaatst. Het oude sluisje en de twee sluiswachtershuisjes werden afgebroken en de aansluiting met de Noordervaart kwam te vervallen. Het waterpeil zakte bijna 5 meter en de ophaalbrug werd vervangen door een vaste brug.  Een romantisch beeldbepalend dorpsgezicht ging verloren. Door de aanzienlijke verlaging van het waterpeil veranderde de fraaie vaart in een diepe gracht achter een scherm van groen (citaat Jan Biezenaar).

Nu de schepen vrijwel onttrokken aan het oog voorbij voeren, betekende dat een aanzienlijke teruggang in de economische activiteit aan en om “Vijftien”.

De schepen legden niet meer aan om voor het schutten te wachten, het jaagpad kon niet meer gebruikt worden en de lokale economische activiteiten holden achteruit.  Winkeliers en andere neringdoenden boetten in belangrijke mate in aan inkomsten.

Hoe verging het “de kinderen Coumans”, want zo werd hun horeca-activiteit doorgaans in het “Kanton Weert” aangeduid in de advertenties  van de notarissen i.v.m. openbare verkoping, verpachtingen e.d.

Daarin zagen wij dat in augustus 1893 vijf maanden na het overlijden van vader Peter Joseph

de kinderen, moeder is al eerder overleden, het hele gedoe te koop aanboden. Echter zonder resultaat. De brouwerij werd  in 1915 gesloten, maar de andere activiteiten werden tot ver in de jaren’30 voortgezet.  Hubertien, Zjang, Pierke en Anna bleven wonen aan sluis 15 in het ouderlijk huis. Opmerkelijk was dat Hubertien ver weg in Sneek als winkeljuffrouw gewerkt had voor de weduwe Brenninkmeijer. Na haar thuiskomst werd zij logementhouder en hoofd van de huishouding, daarbij geassisteerd door haar zus  Anna. Hubertine werd vanwege haar strakke en zakelijke leiding wel “de huzaar” genoemd.

Zjang was naast boer ook gemeente ontvanger en had zijn kantoor aan huis. Daartoe was van het raam rechts van de entree een deur gemaakt die rechtstreeks toegang gaf tot zijn kantoor. Een wettelijk vereiste. Dit is op oude foto’s nog te zien.

Pierke was koetsier en haalde regelmatig handelsreizigers op van het station in Weert. Deze namen dan hun intrek in de “Drie Kroonen”. Vandaaruit doorkruisten zij de regio met hun handelswaar. Zij kwamen o.a. uit Amsterdam. Dat waren joden die een vaste plek in de hotel hadden. Dat werd dan ook de jodenhoek genoemd. Daarnaast was er ook nog de hoek van de koffiehandelaren, de koffiehoek. (Ik herinner mij nog toen ik met mijn vader in 1949 zijn aankoop ging bezichtigen, dat op de slaapkamerdeuren emaillen nummertjes prijkten.

Ze zijn helaas verloren gegaan).

Pierke, bekend als Joeêpe Pierke, verwende zijn passagiers in de winter met een met warm water gevulde koperen platte kist op de vloer van het rijtuig.

Het gebeurde weleens dat kwajongens achter op het rijtuig sprongen om een stukje mee te liften. Pierke hanteerde dan een of twee lange zwepen en naar het verhaal van Adriaens uit Weert hield hij die jongen dan vast tot in Nederweert zodat zij dan naar huis terug moesten lopen.

De stallen en schuren vormden een carré. Daarvan resteert alleen nog het rechter deel, waarvan het pannendak 90 graden gedraaid is. Achter de schuur lag een klein weiland en rechts van de bebouwing lag de moestuin. Die was bereikvaar via een poortje in de muur tussen de schuur en de lindebomen. Daar was ook nog een klein varkenshok en een buiten w.c. Ja, met een hartje in de deur. Joeëpe Pierke  stond te boek als landbouwer en zal zich dus wel met de moestuin, de varkens en de kippen hebben bezig gehouden. Er verbleven vaak kostgangers zoals bijvoorbeeld neef Henricus Feijen en notaris Piet Biezenaar.

Tegenover  “De Drie Kroonen” lag, zoals wij reeds zagen, het druk beklante schipperscafé van Cato Vossen-Coumans en volle nicht van het viertal aan de overkant. Haar man Willem was schipper. Hij werd niet oud  en werd opgevolgd door de oudste zoon Mies. Zoon Guul (Wilhelmus.J.R.) was gehuwd met Petronella Boekhorst en sluiswachter op de nieuwe sluis.

Op 7 mei 1940 viel zijn dochter Toosje in de sluiskolk. Guul die goed kon zwemmen aarzelde niet en sprong haar na. Beiden verdronken.  De  begrafenis op 10 mei 1940 werd door de inval van de Duitsers wreed verstoord.

In het pand Vossen woonde later de melkventer Job van der Worp. Later werd het pand gesloopt en kwam er het dubbelhuis Vinken/Feijen.

Achter Vossen, langs de kanaaldijk, lag het huis “Vita Nova” van dokter Schmidt.

Het “Nieuwe Leven” bracht dokter Schmidt geen geluk. Vier van zijn vijf kinderen stierven als kind of als jong volwassenen.  Zijn vrouw verliet hem en omdat zijn enig overgebleven kind zoon Biep naar Nederlandsch Oost-Indië vertrok, bleef hij alleen achter. In 1929 stierf hij eenzaam en berooid. (gedicht).

Na zijn dood werd “Vita Nova”  gedurende 9 jaar het doktershuis van achtereenvolgens de artsen Beijersman, Frowein en Ten Kleij. Het huis was inmiddels eigendom van de weduwe van sluiswachter Guul Vossen en anno nu nog in het bezit van de famile Vossen en bewoond door haar zoon Frans.

Op 1 januari 1939 nam huisarts Wim J.M. Jansen uit Delft de praktijk van dokter Ten Kleij over en betrok “Vita Nova” dat hij huurde van de weduwe Vossen.

Omdat het huis te klein was voor woonhuis, spreekkamer  en apotheek huurde hij ruimte in het huis van schoenmaker van Nieuwenhoven( Kets Jef) in de Brugstraat, waar nu ijssalon Florence successen boekt.

Dat was makkelijk want de tuinen grensden met de achterkanten aan elkaar

In de WO II liepen de panden aan de brug veel oorlogsschade op. De vaste brug over het kanaal werd 2 maal opgeblazen. In 1940 door de Nederlanders om de Duitsers de doorgang te beletten en in 1944 door de Duitsers om de oprukkende Engelsen tegen te houden.

De geallieerden herstelden provisorisch de brug , bouwde daarnaast een ponton brug en een

tijdelijk viaduct dat hun een verdekte doorgang verschafte door de achtertuin van het huidige pand Diverso. Het brede pad, meer was het niet, kwam verderop in de Brugstraat uit.

De voorlopige  reparaties hadden het  huis aan de brug geen goed gedaan.   In 1949 wordt het huis met aangehorigheden geveild

Huisarts Willem J.M. Jansen kocht het geheel. Hij verkocht meteen de rechts van de hoge lindenbomen (nu nog één)  gelegen moestuin aan Joseph Scheijven. Momenteel bevindt zich daar het appartements- en zakengebouw, waarin het reisbureau Mackus gevestigd is. Het ernstig beschadigde en verwaarloosde gebouw werd na verwerving volledig gerestaureerd en gerenoveerd. Architect Jef Nijskens en zijn broer aannemer Jan Nijskens klaarden de klus met inachtneming van de architectonische en historische waarden.

Zoals bij elke verbouwing dreigde er ook hier iets mis te gaan. Toen mijn vader tijdens de voorbereidende werkzaamheden een kijkje ging nemen zag hij tot zijn schrik dat de fraaie antieke lijst van een dubbele tussendeur bij het sloophout lag. Gelukkig kon de vergissing snel herstelt worden.

Op 23 oktober 1950 trekt dokter Jansen met zijn  gezin van “Vita Nova” naar het vernieuwde huis. In 1950 waren de nutsvoorzieningen in Nederweert nog beperkt tot elektriciteit en telefoon. Zaken als waterleiding en riolering moesten particulier geregeld worden. Het huis werd voorzien van centrale verwarming, waterleiding met tappunten in het gehele huis en warm water voor bad en vaat. Mijn moeder Lies Jansen-Bertels, eveneens afkomstig uit Delft zag een grote wens in vervulling gaan. Bij de ingebruikname van het huis ging zij alle vertrekken af en draaide huilend van geluk de kranen open.

Het huis bevatte 16 vertrekken waaronder 7 slaapkamers, 1 badkamer, 3 praktijkkamers, vestibule, hal en 2 toiletten.  Daarnaast waren er een kinderkamer, een keuken, een bijkeuken en 3 kelders voor stoken, wassen en wijnopslag.

Toen het gezin Jansen er introk, bestond het uit ouders en 9 kinderen. Er zouden er nog 2 volgen. Tot 1975 werd van hier uit door Wim Jansen de huisartspraktijk gevoerd. Zijn zoon Hein nam die over en vestigde zich, na een tijdelijke tussenstop in de Geenestraat, aan de Houtmolen.  Ongeveer op de plek waar ooit de houtzaagmolen van de familie Coumans had gestaan ! Alsof een cirkel zich rondde.  Ik heb mij dat nooit eerder gerealiseerd. De grootvader van collega Hans van de Wouw is geboren in pand Diverso, het pand waarin ik ben opgegroeid en de moeder van Hans is geboren op de Houtmolen waar ik alweer 35 woon.

Het gezin Jansen groeide en bloeide op die mooie plek in dat grote huis. Veel Nederweertenaren hebben er herinnering aan. Niet alleen als doktershuis waar ze met hun sores terecht konden, maar ook met feesten. De opgroeiende kinderen hielden ‘s nachts vaak open huis en de achterdeur was nooit gesloten. Je wist immers nooit wie de laatste was !

In 1980 werd het huis verkocht aan Harrie Houtappels, die het interieur door Thijs Horyon ingrijpend liet verbouwen. Hij opende het restaurant “De Koetsier”. Als blijvende herinnering prijken in het traliewerk voor de vensterraampjes in de voordeur 2 esculapen. Dit fraaie smeedwerk werd gemaakt door de gebroeders Bruekers , smeden in de Kerkstraat.

Helaas bleek de exploitatie ten gevolge van de economische crisis van 1980 een probleem en het pand werd verkocht aan de frisdrankfabrikant Winters uit Maarheeze. De familie Nagel huurde vervolgens het pand en ging het restaurant verder uitbaten. Na 16 jaar  dragen zij het stokje over aan Hanneke van Zuylen die gedurende 4 jaar de exploitatie voortzet.

In augustus 2000   koopt Caspar Kessels het pand en neemt de bedrijfsvoering over. Hij brengt verbeteringen aan in pand en keuken en verandert ook de naam. Hij noemt het voortaan restaurant “Kesselshof”.    Weer enige jaren later wordt de formule gewijzigd.

Caspar Kessels, kok John Beijes en Kitty Verspagen (de nieuwe partner van Caspar) vormen voortaan een driemanschap dat de verantwoordelijk is voor de onderneming.                       De naam wordt gewijzigd in restaurant “Diverso”, om aan te geven dat het anders wordt.

Een verbouwing maakt het gebouw en de tuin geschikter voor moderne exploitatie en de menukaart wordt toegankelijker voor  een groter publiek.

In 2017 volgt een zeer ingrijpende interne verbouwing.  Tijdens de verbouwing wordt gebruik gemaakt van een buitenkeuken en een semi-overdekt groot terras. De buiten-accommodatie kan ‘s zomers goed gebruikt blijven worden. Binnen verandert het pand totaal. Centraal ontstaat er een grote ruimte tot aan het dak. De oude balken komen weer tevoorschijn en het ruimtelijk effect dat hierdoor is ontstaan maakt het mogelijk de eerste verdieping  goed als restaurantruimte te benutten.

Nu in 2018 is Nederweert blij met de continuering van de oorspronkelijke horecafunctie, eigentijds in een historische omgeving.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageren is niet mogelijk.
%d bloggers liken dit: